‘Graag ieder jaar ijs’

IJsvereniging Peize bestaat al sinds 1887 en kan daarmee bogen op een lange geschiedenis. ‘Een ijsvereniging moet je houden, dat hoort erbij’, aldus voorzitter Levinus Alveringh en penningmeester Bertus Postmus.

PEIZE De ijsvereniging heeft zelf het stuk land waar de ijsbaan op ligt en het clubgebouw in eigendom. ‘In de zomer lopen koetjes en kalfjes in het land. Gedurende het hele jaar zijn we bezig met het onderhoud in en om het gebouw. Eind oktober, begin november beginnen we met het voorbereiden van de baan en dan wordt de kantine klaargemaakt. Op het land worden de palen en bankjes neergezet, de machines worden onderhouden. Als dit gereed is, moet het water op het land gepompt worden.’

Dit gebeurt vanuit de naastgelegen Schipsloot, waar na afloop van het schaatsseizoen het water ook weer naar terugvloeit. Het water pompen duurt drie tot vier dagen, dan staat er circa dertig centimeter water en dan is het afwachten.

Zeven centimeter

‘Als het gaat vriezen, proberen we de baan zo goed mogelijk bij te houden.’ Het duurt altijd een paar nachten vorst voor de ijsbaan open kan, eerst moet er zeven centimeter ijs zijn. ‘Want we willen dan allemaal schaatsen en dat is geweldig. Er komt dan ook een gigantische hoeveelheid mensen naar de baan, voornamelijk de eerste dagen zie je dat het enthousiasme zeer groot is en de ijsvloer moet daarom dan ook dik genoeg zijn.’ De afgelopen twee jaar kon er geschaatst worden, dit jaar zat het er nog niet in. ‘Je wilt natuurlijk graag ieder jaar ijs hebben.’

‘Als het ijs er is dan zijn we ook redelijk flexibel. We hebben negen bestuursleden bij de club die dan allemaal bezig zijn. Twee mensen zijn dan in de kantine, die bijna altijd vol zit. Zo’n vier man houden toezicht op de baan en de anderen zijn er om de mensen te ontvangen en zo. Er is muziek op de baan en ’s avonds gaan de lampen aan. We zijn dan ook ’s avonds open tot een uurtje of negen, half tien, dat is ook afhankelijk van het weer.’

Machines

Daarna komen de schuif- en sneeuwmachines over de baan om hem schoon te maken voor de volgende dag. ‘De sneeuw moet er zo snel mogelijk af.’ In de loop van de jaren zijn er ook wat aanpassingen bij de baan gedaan, er zijn bankjes gekomen en beugels zodat mensen nog veiliger het ijs op kunnen stappen.

‘In het verleden zag je vaak dat boeren bij de baan betrokken waren. Nu vooral gepensioneerden en vutters. Je ziet dat de bestuursleden lang zitten. Ze wonen trouwens alle hier in Peize. Eenmaal per jaar hebben we onze vergadering.’ Levinus en Bertus merken de verbondenheid van het dorp met de ijsbaan. ‘Peize omarmt het. Maar die betrokkenheid is ook nodig om het draaiende te houden.’

De betrokkenheid blijkt uit de bijna 900 leden die een jaarlijkse contributie van vijf euro betalen en uit de vele honderden bezoekers als de ijsbaan open is. De bezoekers kunnen met de ledenkaart de schaatsbaan op, niet-leden betalen entree. Levinus en Bertus zijn blij met deze betrokkenheid en vinden het ook belangrijk voor een dorp om een ijsbaan te hebben. ‘Een ijsvereniging moet je houden, het hoort erbij.’

Cindy Houwen