Het lijstje van Dorpsbelangen

Nieuw-Roden - Karin Topper en haar gezin wonen nog niet zo heel lang in Nieuw-Roden. Maar vanaf het begin in het nieuwe huis voelt ze zich betrokken bij het dorp, dat niet slechts een buitenwijk wil zijn van Roden. ,,De manier van communiceren is erg belangrijk.”

Net verhuisd van Roden naar Nieuw-Roden. De huizen in haar straat waren net klaar. De weg was nog bestraat met oude klinkers en moest nog worden vernieuwd. Topper zag tot haar verbazing dat het verkeer gewoon met de voet flink op gaspedaal door de straat scheurde. ‘Dat is niet de bedoeling', vond ze en veerde op voor actie. ,,Het leek hier net een snelle doorgangsweg. Maar het is een gewone straat in een gewone woonwijk. Ben gaan rondvragen bij buren, verzamelde handtekeningen en zocht contact met instanties. Er kwam een snelheidsmeter om automobilisten bewust te maken van hun snelheid. Dat hielp, maar helaas voor maar even. Toen de meter verdween, ging het weer hard. Door een brief kwamen we in gesprek met de gemeente. We mogen nu zelf flyers maken en deze laten drukken bij de gemeente. Bedoeling is deze een paar keer per jaar uit te delen. Zo hopen we dat de automobilist er zich van bewust blijft dat hoge snelheid hier geen optie is.” De betrokkenheid van Topper viel op bij Rits Aalders, voorzitter Dorpsbelangen Nieuw-Roden. Hij vroeg haar erbij, en nu is ze secretaris van deze vereniging. ,,In deze functie hoor je wat in het dorp speelt, kun je meedenken. Heb m'n draai gevonden!” De vereniging -met acht bestuursleden en zo'n 350 leden- moet gezien als worden als het orgaan dat tot doel heeft de belangen van inwoners van het dorp te behartigen. Dat gaat uiteraard wel in samenspraak met ondermeer de Winkeliers Vereniging en de gemeente Noordenveld. Aanpak centrum ,,Met stip bovenaan op ons lijstje staat de aanpak van het centrum. Dat duurt nu al zo lang, wat mij betreft staat er morgen wat moois. Achter de schermen is natuurlijk druk overleg. Maar de inwoner die door het centrum wandelt ziet nog steeds een rommeltje.” Verder wil Dorpsbelangen niet dat Nieuw-Roden gezien wordt als ‘slechts' een buitenwijk van Roden. Er zijn verenigingen, winkels en er is een eigen Dorpshuishuis. ,,Basisvoorzieningen zijn hier allemaal, voor andere dingen stap ik in de auto en ga naar Roden.” Verder zegt ze het een ideaal dorp te vinden voor gezinnen met kinderen. Voor Topper was dat mede de reden om van ‘Roon' naar ‘Nei Roon' –zoals als ze het zegt- te verhuizen. Roden is mooi maar het is er ook drukker, in Nieuw-Roden vindt ze het lekker rustig. Ander verhaal Maar voor jongeren en ouderen is het verhaal anders. Onlangs bleek uit een onderzoek dat jongeren hier graag willen blijven. Maar makkelijk is dat niet. De woningen zijn te groot of te duur en de wachttijden lang. In overleg met gemeente en wooncorporatie bleek dat er mogelijkheden zijn om dit probleem aan te pakken. Inmiddels is er voor jongeren www.starterswoningennoordenveld.nl, en Woonborg heeft toegezegd het toewijzingsbeleid aan te passen. ,,Er zijn wel wat woonvoorzieningen voor ouderen, maar of het voldoende is? Bij De Carré komen in totaal dertig woningen, inwoners uit eigen dorp krijgen voorrang bij toewijzing. Op de oorspronkelijke bouwtekening stonden appartementen, de bouw daarvan is echter niet doorgegaan. In een aantal woningen kan een traplift worden gemonteerd. Oké, dat is beter dan niets. Maar ouderen hebben andere wensen en behoeften dan gezinnen, dat wordt niet opgelost met alleen maar zo'n lift.” Blijf praten Misschien door haar werk als Persoonlijk Begeleider bij Koninklijke Visio in Vries of misschien heeft ze het gewoon in zich, maar ze is zich ervan bewust dat de manier van communiceren belangrijk is. ,,Thuis kun je zijn wie je wilt, kun je emoties laten zien. In een publieke organisatie is het handiger die emotie te benoemen met argumenten en een goed doordacht plan. Blijf met elkaar praten. Zo moeilijk is het allemaal niet. Ik denk niet in beren op de weg en hou niet van de ‘ja maar'-cultuur. Dan kom je nergens. Gewoon erin duiken.” Zo moesten er nieuwe speeltoestellen komen in de Brinkbuurt. Maar hoe weet een volwassene wat een kind wil? Vraag het ze zelf, was de oplossing van Topper. Het bleek dat kinderen niet eens zo veeleisend zijn. Gewoon een schommel en een klimklautertoestel. Dat was genoeg. En die staan er nu. Albert-Jan Garama