Elke rondleiding door gevangenismuseum is weer anders

Veenhuizen - Dat gedetineerden in een gevangenis een zinvolle dagbesteding krijgen is vandaag de dag heel gewoon. Maar bezoekers die vrijwillig het Gevangenismuseum in Veenhuizen bezoeken krijgen dat ook. Het museum heeft in totaal zo'n 120 vrijwilligers, Kees Timmerman is één van hen.

Tot zo'n zeven jaar geleden was er in Veenhuizen alleen het Gevangenismuseum en een theetuin. Het museum was oorspronkelijk zelfs alleen voor intern gebruik van justitiepersoneel. De deuren gingen open, maar verder was er niet zoveel. ,,Veenhuizen biedt nu een waaier van activiteiten”, vertelt Timmerman (66). Bezoekers een dagje vasthouden is belangrijk. Ze hebben dan zin om ontspannen van alles te doen en te zien. Met alleen een museum is er al gauw de onrust om weer weg te gaan, dat remt het plezier. Nu zijn ze de hele dag relaxed en daar gaat het om.” Bezoekers kunnen in Veenhuizen via het museum een rondrit in een antieke boevenbus maken en een leegstaande gevangenis bezoeken maar verder ondermeer naar Zunneschien, Coco Maria, Hotel Bitter & Zoet, het Glasmuseum, het Verenigingsgebouw en Maallust. Volgens Timmerman diende het Gevangenismuseum als een soort katalysator voor de ontwikkeling van al deze activiteiten. 110.000 bezoekers per jaar Kwamen er destijds zo'n 30.000 bezoekers per jaar nu zijn dat 110.000. Dat vroeg om een professionele aanpak, en die kwam er. Directeur Peter Sluiter stimuleerde een goede relatie tussen betaalde medewerkers, de vrijwilligers en bezoekers. Timmerman is blij dat hij een onderdeel van dit bedrijf is. ,,Ik zal het woord rustig zeggen, luister goed: ‘Edutainment', dat is wat wij bieden. Het museum heeft een toeristische functie maar ook een voorlichtende. Daarin spelen de vrijwilligers een belangrijke rol. Trouwens, vrijwillig is wat anders dan vrijblijvend. We werken hier met duidelijke structuren en duidelijke afspraken, dat kan ook niet anders met zo'n grote groep.” De structuur zit bijvoorbeeld in de specialisaties. Er zijn rondleiders, chauffeurs, kassamedewerkers, collectieregistreerders , schoonmakers en klussers. Timmerman kan niet kiezen welke specialisme hem het beste past. Zijn ideale dag bestaat uit twee keer als chauffeur op de boevenbus een keer als gids op de boevenbus, een keer gids bij De Rode Pannen, een rondleiding en een museumwandeling. Van alles wat dus. Grijze hoofden Vooral werk voor grijze hoofden, noemt Timmerman de mensen die hiervoor tijd hebben. Gepensioneerden die niet stil willen zitten. Druk voor hem is de periode van mei tot en met juni, en in het najaar de maand september. Voor hem betekent het dat hij zo'n drie tot vier dagen per week aan het werk is. In rustige perioden is dat één keer in de twee week. ,,Veenhuizen heeft op mij persoonlijk een enorme aantrekkingskracht. Wij woonden in Fochteloo. Veenhuizen was voor mij die geheimzinnige verboden wereld aan de andere kant van het veen. Ik zag wel eens een bus met gedetineerden het bos inrijden. Wat gebeurt daar?, vroeg ik me af. En kijk, nu zit ik zelf achter het stuur van diezelfde bus”, vertelt hij lachend. ,,Ik hou ervan om met mensen om te gaan, dat houdt me alert.” Timmerman heeft nog een reden om dit werk te doen. Als docent geschiedenis zat hij het liefst voor in het lokaal op een bank om verhalen te vertellen. Helaas voor hem deed de computer zijn intrede in het onderwijs, leerlingen gingen individueel aan het werk en Timmerman kon zijn verhaal niet meer kwijt. Nu wel. Intuïtie Timmerman vindt oogcontact met de groep belangrijk. Zo ziet en merkt hij direct of zijn verhaal te moeilijk of te makkelijk is, of het de luisteraars verveelt. Hij is zich ervan bewust dat non-verbale communicatie even belangrijk is als zijn stem, het verbale aspect. Het komt duidelijk aan op intuïtie. Hij neemt het vrijwilligerswerk serieus en ziet het geven van rondleidingen als een continue leerproces waarbij professionele begeleiding vanuit het management als welkom wordt ervaren. Harde kennis haalt hij gewoon thuis. Daar staat 75 centimeter aan informatie op de boekenplank. ,,Veenhuizen is een rijke bron voor publicaties, want alles wat hier gebeurde werd schriftelijk vastgelegd.” Met zijn ervaring in het onderwijs zou je verwachten dat hij zijn hand niet omdraait voor weer een groep bezoekers in de boevenbus. Maar zo is dat niet. ,,Nou nee, integendeel. Je weet niet wat je te wachten staat en dat geeft best wat spanning. Op een ochtend had ik een groep zwak begaafde autistische kinderen. Diezelfde middag stapte de wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid in. Ik moet eerlijk zeggen dat voor die laatste groep wel degelijk voorbereiding vooraf ging. Maar de verrassing blijft groot. Vanmorgen stond er een rit op het programma naar de katholieke kerk. Nou wat verwacht je dan? Een groep religieus geïnteresseerden schatte ik in. Helemaal niet dus. Een gezelschap dat in antieke ferrari's vanuit het Gooi naar Veenhuizen was afgezakt stapte binnen. Stond ik even op het verkeerde been! Het is altijd weer anders, en dat houdt me scherp.”