De jacht en de natuur...

PEIZE - Ten zuidwesten van Peize wonen wij. Te midden van wat eigenlijk een coulissenlandschap zou moeten zijn, met mooie houtwallen. Deze laatste worden echter zienderogen minder. De weilanden zijn verworden tot grote grasvlakten.

Ongeveer tien jaar geleden waren er tegelijkertijd het Klunderveen project en de ruilverkaveling van Klunderveen. Het eerste stimuleerde met subsidies om het oude landschap met houtwallen poelen etc. in ere te herstellen. Anderzijds gaf de ruilverkaveling ruim baan aan de grote weilanden. Hierbij werden juist houtwallen gerooid en sloten dichtgegooid. Wij hebben getracht rond onze weilanden de houtwallen te herstellen. Tegenover ons is vooral het tegenovergestelde gebeurd. We kijken daar nu uit op groene biljartlakens met 1 soort gras. Weidevogels zijn hier niet te bespeuren. Ook wild als konijnen, hazen, fazanten worden steeds minder. De afgelopen zomer slechts enkele hazen gezien.

De boer zal het niets uitmaken : hij heeft zijn bedrijf hier niet, dus een mooi landschap zal hem een zorg zijn. En: hoe minder wild, des te beter voor zijn gras. De gier wordt wel regelmatig uitgereden, wij worden dan om drie uur ’s nachts wakker van lawaai en felle lichten, die onze slaapkamer in schijnen. De stank houdt daarna dagenlang aan.

Verbazing

In de winter denken wij dus rust te hebben. Groot is dan ook onze verbazing om in december twee jagers te zien. Waar wordt op gejaagd? Die enkele haas? De jagersvereniging gaat er prat op dat zij doen aan wildbeheer. Nauwkeurig dient bijgehouden te worden, welk wild op een locatie zit en hoeveel er kan worden afgeschoten. Wij vragen ons af hoe zij kunnen bijhouden welk wild in de weilanden tegenover ons aanwezig is, zonder ooit te komen kijken. De suggestie dringt zich dan ook op dat een gevulde kerstdis (met haas uiteraard) van jager en boer eerder de doorslag geeft om het geweer te pakken. Mijn altijd positieve gevoel voor een weldoordachte jacht, slaat hierbij om. Wanneer de vereniging voor jagers uit dit soort mensen bestaat, dan is het wildbeheer in heel slechte handen.

Wanneer ik deze lui zie, kan ik het niet laten om ze op hun gedrag aan te spreken. Waarom jagen waar al zo weinig is. Laat de natuur zich herstellen. Voor deze argumenten hebben ze helaas geen belangstelling. Ik word weggezet in de hoek van anti-jacht.

Vannacht had het licht gesneeuwd. Ik ben ons eigen weiland ingelopen. Een plek waar geen jager een vergunning of toegang krijgt. In de dunne laag sneeuw: gelukkig één hazespoor.

 

Reactie op de brief van mevrouw Sporrel door de Wildbeheer Eenheid Noordenveld, waar de WBE Peize deel van uitmaakt.

We zijn het het met de schrijver eens dat het verdwijnen van de vele houtwallen en sloten, het coulisenlandschap, een verlies is voor de natuur. Het verdwijnen van de wallen, de sloten en de poelen, maakt dat er een ander landschap ontstaat. De ruilverkaveling heeft er mede voor gezorgd dat er grotere percelen ontstonden en modernere landbouwmethoden mogelijk waren; maar dat heeft niet een positieve invloed op de natuur gehad.

Terecht noemt de schrijver de teruggang van de weidevogels en de wildstand. Maar het is niet alleen de landbouw die daar verantwoordelijk voor is. De toename van bepaalde soorten roofwild, de onrust die ontstaat door de vele loslopende honden, spelen ook een rol.

Wildtellingen

In elke Wildbeheereenheid in Drenthe wordt wildtellingen gehouden. Ook in het gebied waar de schrijver op doelt, worden de tellingen gehouden overeenkomstig de voorschriften van de provincie Drenthe. Dat houdt o.a. in dat een buitenstaander met de teller(s) meegaat, om te voorkomen dat ‘de slager zijn eigen vlees keurt’. Voor het reewild worden drie schemertellingen georganiseerd en voor het overige wild twee schemertellingen. Deze tellingen vinden in het voorjaar plaats. Daarnaast worden in de zomer de overzomerende ganzen geteld.

Bij de telling wordt niet vastgesteld hoeveel van een bepaald soort er zijn. Er wordt een trend telling uitgevoerd. Deze gegevens dienen als basis voor de Faunabeheerplannen van de provincie Drenthe. Daarnaast zijn de telgegevens te vinden in het jaarverslag van de Faunabeheereenheid Drenthe. In deze Faunabeheerplannen geeft de provincie in grote lijnen aan welke ‘ruimte’ de jager in zijn veld heeft.

Emotie

Jagers zijn regelmatig in het veld te vinden. Vaak zonder, maar soms met een wapen. Dat betekent niet dat er altijd iets wordt of moet geschoten. Uit de ingezonden brief kan ik niet opmaken of er op wild geschoten is. Dat het afschieten van een dier, om welke reden dan ook, emotie oproept is bekend, maar dat betekend niet dat jagers slechte wildbeheerders zijn.

“Laat de natuur zicht herstellen” merkt de schrijver op. Ja, maar dat zal niet gaan. Het landschap is veranderd, de dorpen veranderen, hun bewoners veranderen; het aantal fazanten neemt af terwijl de ganzen in soorten en aantallen zullen toenemen.

Het is jammer dat het positieve gevoel van de schrijver is veranderd, we zijn altijd bereid om met de schrijver in gesprek te gaan.

WBE Noordenveld, secretaris

H. Boerma