Column Arianne: Engel

Ik geloof in engelen. Ik geloof dat ze al eeuwen de mooiste boodschappen brengen. Laatst zag ik er een. Zomaar in een supermarkt in Roden. Ik hoefde daar maar een paar dingen te kopen.

Maar u weet hoe dat gaat: toen ik vijf minuten had gewinkeld sjouwde ik veel meer mee dan de bedoeling was. Chagrijnig ontdekte ik dat ik mijn boodschappentas thuis had laten liggen. Dom natuurlijk. Onhandig klemde ik daarom al mijn boodschappen in mijn armen en haastte mij naar de kassa.

Gelukkig kon ik daar mijn vrachtje gauw op de band mikken. Tot zover geen problemen. Dan zegt de kassajongen: ‘U mag een gratis Sinterklaas product pakken, daar bij de uitgang. Anders gooien we het toch maar weg’; Nu ben ik erg gevoelig voor het woord ‘gratis’;. Met mijn armen vol kantoorartikelen, gehakt, perziken en een net sinaasappels, loop ik opgewonden naar de dozen vol met Sintlekkers. Daar is het een drukte van jewelste. Karretjes staan wild in het gangpad geparkeerd, publiek graait hebberig in de dozen. ‘Gratis’ vinden we dus allemaal leuk.

Hoofdprijs

Mijn oog valt op de hoofdprijs: witte chocoladekruidnoten. Ik lijk opeens wel een ekster. Terwijl ik gretig met mijn halfvrije rechterhand naar de noten reik, valt het gehakt op de grond. Och, heb ik weer. Onmiddellijk rapen twee oudere dames het van de grond. ‘Kijk eens aan, zelfs twéé mensen willen je helpen. Heb je geen tasje bij je‘, vraagt één van hen vriendelijk. Ik herken direct de engel. Deze keer één met hippe bril en zilvergrijs engelenhaar en een lichtgrijze engelenmantel.

‘Nee, vergeten. Dom hé‘, zeg ik vlug om een reprimande voor te zijn. Het is namelijk altijd goed om direct je eigen fouten toe te geven, heb ik geleerd. Al grappen makend probeer ik me uit deze hachelijke situatie te redden en wring mijzelf tussen drie winkelwagentjes door naar de uitgang. Mijn stalen ros staat buiten op mij te wachten. Als ik mijn spullen in de fietstas wil doen, valt mijn fiets om. Stuntelend probeer ik zowel de pepernoten te redden als mijn fiets omhoog te sjorren. Dat ziet er belachelijk onhandig uit. Ik hoop maar dat niemand het ziet. Te laat.

‘Zal ik je maar weer helpen?‘ De grijze engel glimlacht en hijst mijn fiets omhoog. ‘O, mevrouw, wat aardig van u. Weet u, normaal ben ik heel zelfstandig, hoor!‘Ze kijkt me strak doch vriendelijk aan en zegt: ‘Zo zie je er ook uit. Maar nu kun je wel wat hulp gebruiken. Geeft niets‘. ‘Als ik u niet had‘, zeg ik lief. ‘..dan had iemand anders je wel geholpen‘, zegt ze resoluut. Terwijl ze me diep in de ogen kijkt geeft ze me nog een boodschap mee. Ze is tenslotte een engel. ‘Neem je de volgende keer wel een tasje mee‘ Als ik haar wil bedanken is ze verdwenen. Zo gaat dat met engelen. Altijd een redder in de nood. Met een boodschap.