Fiona’s column

Als het emmertje overloopt.

Het zou allemaal wat assertiever kunnen bij mij. Een keer ‘nee’ zeggen doet niemand kwaad, zou je denken. Toch vind ik dat heel moeilijk, meestal heeft beleefdheid bij mij de overhand. En als ik dan een keer ´nee´ zeg, komt het er tamelijk beroed uit. Dat komt omdat het emmertje met beleefdheid na verloop van tijd vol is.

Het kost enorm veel tijd om geen ‘nee’ te zeggen. Zo kan ik veel te lang met de meneer van een energieleverancier aan de lijn hangen, gewoon omdat ik dan bedenk dat hij dit werk vast niet voor niets doet. Misschien heeft hij wel vijf bloedjes van kinderen. En een doodzieke vrouw. En een heks van een schoonmoeder die bij hen inwoont, je weet het niet. Dus laat ik hem beleefd uitspreken, zeg dat ik niet geïnteresseerd ben en voel me vervolgens verplicht uit te leggen waarom ik niet geïnteresseerd ben, namelijk de lampen branden bij ons gewoon en overstappen is zo’n gedoe. Euh nee, ik weet zo even niet wie mijn huidige leverancier is. En nee, ook zo even niet wat we precies betalen. Ja, dat is inderdaad wat onwetend. Nee, u mag mijn man niet spreken. Omdat ik aan het koken ben. Ja, we eten inderdaad een beetje laat vandaag. Etcetera.

En het neemt soms ook wat onhandige vormen aan, zo stapte ik ooit uit de bus, op een desolaat stuk weg, omgeven door weilanden en in een gierende wind. Moest ik daar zijn? Nee natuurlijk niet. Wilde ik daar dan graag even de benen strekken na een lange busrit? Nee, ook niet. Ik had per ongeluk op het knopje gedrukt en durfde dat niet door de hele bus heen te roepen. Dus stapte ik uit en keek ik smachtend de in de verte verdwijnende bus na, terwijl ik mijn sjaal nog eens goed vastknoopte.

Als ik in de stad aan het winkelen ben word ik steevast aangehouden door mensen met een map in de hand. Ze hebben Roden gelukkig nog niet ontdekt, maar af en toe moet je nu eenmaal even de stad in. Ze staan zo strategisch met zijn drieën of vieren opgesteld dat je er bijna niet aan kunt ontsnappen. Ze stellen vragen als: ‘Mevrouw, wat vindt u van dierenmishandeling?’ Of: ‘Mevrouw, wat vindt u van kinderen in oorlogsgebieden?’ Als ik me dan vlak voor sluitingstijd, voorzien van één of ander abonnement, los heb weten te rukken krijg ik het beeld van kinderen in oorlogsgebieden die dieren mishandelen voorlopig niet meer van mijn netvlies.

Stompen

Omdat ik snap dat ze dit ook niet voor hun lol doen vind ik het wat ongenuanceerd om zo iemand in zijn gezicht te stompen. Dus tegenwoordig verstop ik me. Achter een dikke meneer bijvoorbeeld. Of ik wacht tot ze allemaal een slachtoffer te pakken hebben en ik schiet ertussendoor, terwijl ik een gezicht trek alsof ik te laat ben voor iets heel belangrijks. Een overleg met War Child ofzo. Maar af en toe is het beleefdheidsemmertje vol. En dan stroomt alle frustratie die ik opgebouwd heb eruit. En dan ben ik niet beleefd.

En zo kon het gebeuren dat ik eens in Noorwegen in een winkel met een overigens woest aantrekkelijke, Viking-achtige winkelbediende die Larson heette stond te praten, toen er een bus met Chinezen stopte. Hij rolde met zijn ogen en fluisterde iets in de trant van: ‘here comes trouble.’ Ze kwamen luid pratend binnen en begonnen van alles uit de rekken te rukken. Een oud Chinees dametje kwam op ons af, werkte mij aan de kant, legde een artikel op de balie en begon in het Chinees tegen de Viking te schreeuwen. Ik probeerde beleefd te zeggen dat ik nog niet had afgerekend, en toen gaf ze me een duw. Kijk, en je moet me niet duwen. Dan klotst mijn volledig lege emmertje ineens vol frustratie. Dus gaf ik haar met mijn tamelijk solide, Nederlandse heup een duw terug. En hopla, daar ging ze, languit in een stapel mutsen.

Larson grijnsde, gaf me een high-five en vroeg me mee uit. Waarop ik helaas (want hij was groot, blond en had armen als boomstammen) wel heel beleefd en met ernstige tegenzin ‘nee’ moest zeggen, want manlief zat geduldig in de auto te wachten. Ik kán het wel. Als het écht moet…