Veertig jaar in de kraamzorg

Roden - Al meer dan duizend gezinnen heeft ze geholpen. Dat betekent, rekent ze voor, dat ze al meer dan 20.000 teentjes en vingertjes heeft geteld. Hennie Luinge is al veertig jaar kraamverzorgende. Nog onlangs vierde ze haar jubileum, maar aan stoppen denkt ze nog lang niet. Daarvoor is het werk veel te boeiend!

En toch had het drie jaar geleden niet veel gescheeld. Van de ene op de andere dag ging haar werkgever, Kraamzorg Het Groene Kruis, failliet. Na 37 jaar met plezier te hebben gewerkt stond ze per direct op straat. Zonder sociaal plan, afscheid of zelfs maar een bedankje. Zo gaat dat bij een pre-pack faillissement.  “Tja, ik had kunnen stoppen. Maar ik was zesenvijftig en ik houd van dit werk.” In je eentje voor jezelf beginnen in de kraamzorg gaat niet, er moet altijd iemand beschikbaar zijn.  Nu trof het, dat juist de oudere en meer ervaren  krachten ontslagen werden .  Laat dat nu precies zijn wat je nodig hebt voor een eigen bedrijf: jarenlange ervaring en doorzettingsvermogen. Samen met vier andere oude rotten startte ze  Kraamzorg De Drie Provinciën.  Kraamzorg in, zoals ze zelf zeggen, het hart van drie provincies:  West Groningen, Noord-West Drenthe en Zuid-Oost Friesland. In de kraamzorg is dat vrij uniek, zo’n kleine organisatie. De lijnen zijn kort, ook met de verloskundigen waarmee ze een vaste samenwerking hebben. Ze doen zelf de intake en zijn altijd rechtstreeks te bereiken, zonder tussenkomst van andere instanties. De klanten hebben dus altijd met dezelfde verzorgende te maken. Van tevoren zien mensen er wel eens tegenop, zomaar een vreemde in je huis. Is dat wel nodig? “Ze hebben geen idee, wat er allemaal op hen  af komt. Zeker bij je eerste kind .  Maar ook als het de tweede of derde is. Je moet je kindje leren kennen.  Een gebruiksaanwijzing zit er niet bij.” Dan is het goed dat er iemand in huis is, die je al je vragen meteen kan voorleggen.  “Het belangrijkste is observeren, signaleren en adviezen geven. Als ik aan het eind van de dag zeg, tot morgen, kan het maar zo zijn dat een later de telefoon gaat. Onzekerheid, dan hebben ze toch even bevestiging nodig.  Of ik ga nog even terug.” Kraamzorg is een Nederlands fenomeen, dat  past bij de uniek Nederlandse traditie van het thuis bevallen. Maar ook na een ziekenhuisbevalling mogen moeder en kind al relatief snel naar huis. In het buitenland schrikken ze wel eens als ze horen hoe snel al. Dat kan alleen door het recht op  deskundige kraamzorg. Overigens komt Hennie de verloskundige ook assisteren als de bevalling poliklinisch plaatsvindt. Jammer vindt ze het wel, dat mensen minder  kiezen voor  thuis bevallen. “Dat is toch het fijnste, daar ben je veel vrijer. Daar kunnen de vrouwen hun eigen gang gaan. Of ze nou boven willen liggen of beneden in de  kamer zitten. Ze zijn er in hun eigen privésfeer.“ Maar gelukkig hebben we hier nog wel de vrijheid om te kiezen voor het één of het ander. Zowel thuis als in het ziekenhuis zag ze de baarkruk komen en ook de bevalling in bad. De zorg veranderde : “vroeger trokken we de baby meteen kleertjes aan. Om ze maar zo snel mogelijk warm te krijgen, dachten we toen.  Nu liggen ze eerst een uurtje ‘bloot op bloot’ bij de moeder  want huidcontact geeft de beste warmte en contactbinding.  Dat is ook veel natuurlijker, je ziet dat ze vanzelf naar de borst toe kruipen. Borstvoeding wordt de laatste jaren ook veel meer gestimuleerd.” Wel signaleert ze een comeback van de aloude drie R’s Rust, Reinheid en Regelmaat. Maar dat is iets anders dan de strikte vaste voedingsmomenten van vroeger. “Nu zeggen we: is het wakker, leg het dan maar aan. En als het huilt, neem het dan lekker bij je. De baby mist je, zo simpel is dat. Ze  liggen nu veel meer bij de moeder in bed. “ Wat zag ze nog meer veranderen? “Het accent is veel meer komen te liggen op de zorg voor moeder en kind, en minder op huishoudelijke taken.” Zoals overal in de zorg zijn er daarbij steeds meer protocollen en richtlijnen gekomen. En veel meer papierwerk. “Wij hebben ook veel minder uren dan vroeger, dat is landelijk vastgelegd. Echt grote gezinnen, dat zie je bijna niet meer.  De moeders werken vaker, en de vaders zijn meer betrokken. Vroeger hadden ze twee dagen verlof, nu nemen ze meestal een week vrij.” Het valt haar op dat de mensen mondiger zijn dan vroeger.  “Ze halen veel informatie van social media. De tijd brengt dat mee.” Anders is het weer bij de buitenlandse gezinnen waar ze ook komt . Daar is altijd heel veel familie aanwezig en er gelden tradities waar je vroeger nog nooit van gehoord had. Die cultuurverschillen respecteert ze, zij het dat er soms wat overleg aan te pas komt. “Een mes in het wiegje bijvoorbeeld, tegen het boze oog. Wij spreken dan af dat we die ónder het matrasje  leggen.”Minder griezelig:  prentjes van goden in de wieg, of een ritueel waarbij het hoofdje van de baby wordt kaalgeschoren “voor de reinheid”. Anderzijds zijn er ook groeperingen die het kind zo min mogelijk willen wassen, en het babyhaar zo lang mogelijk ongeknipt laten zodat het kind die ‘natuurlijke bescherming’ zo lang mogelijk behoudt.  Hennie laat iedereen in zijn waarde,  “je stapt bij zoveel verschillende mensen de voordeur binnen. Je krijgt er wel mensenkennis van.” Wat veel mensen trouwens niet weten, is dat onze eigen traditie van beschuit met muisjes ook op een ‘geloof’ berust: het diende om boze geesten te bezweren. Wat is er zo mooi aan dit werk, dat ze op haar negenenvijftigste nog steeds dag en nacht klaar staat om uit te rukken? Want nachtwerk is het vaak. Ze speelt wat met het kettinkje om haar hals, twee Hebreeuwse tekens die samen het woord ‘Chai’, ‘leven’ vormen. Domme vraag ook, geboorte en dood zijn immers de meest indringende momenten in het leven? Een routineklus wordt het nooit.  “Je moet misschien wel een beetje een gevoelsmens zijn en heel veel liefde hebben voor dit werk. Je moet je wel inleven, het gevoel gaat altijd mee. Iedere geboorte is uniek en bijzonder.  ”