Wim en Tessa Ram: Blij met ‘Blakervelders’

RODEN - Vrijpostig verdringen de koeien zich rond Wim en Tessa Ram. We zijn even weggelopen uit de drukte van de jaarlijkse open dag op de Blakervelder Hoeve in Roden. Vreemd, denkt de verslaggever als een koe haar zachtjes in de rug port. Koeien zijn toch altijd schichtig? “Deze niet”, zegt Wim.

“Ze gaan ook heel makkelijk de vrachtwagen in als we ze verweiden.” Bij gebrek aan eigen land begrazen de Lakenvelders en Blaarkoppen natuurgebieden van o.a. Staatsbosbeheer en het Waterschap. De hele dag buiten in een vaste groep waarin de kalfjes bij hun moeder blijven tot ze een maand of acht zijn. Een mooi leven, dat een dito stukje vlees oplevert. Restauranthouders in Amsterdam wisten dat al, maar inmiddels vinden ook steeds meer Rodenaren de weg naar de boerderijwinkel. “Ze zeggen dat het smaakt zoals het rundvlees van vroeger. En je weet waar het vandaan komt: in Nederland gefokt, grootgebracht en geslacht.” De koeien hebben hun horens nog, ziet de verslaggever nu en doet een stapje opzij. “Die hebben ze niet voor niets. Als de groep veel wisselt van samenstelling kan dat niet, dan verwonden ze elkaar. Maar als je het koppel hetzelfde houdt, kan het. En de stiertjes zijn geosd (tot os gemaakt, red.), dus rustiger.” In de stal is een echte stier te zien, met neusring en al. Imposant, en met een wat broeierige oogopslag. Naast hem drie dames die gedekt moeten worden. Want daar is het allemaal om begonnen: het behoud van deze zeldzame rassen.

Tijger

Een raszuivere Lakenvelder was lange tijd even zeldzaam als een tijger, vertelt Tessa. En ook bij de Blaarkop zijn vaak Holsteiners ingekruist. “Red een ras, eet het op!”, grapt Wim. De stiertjes zijn eigenlijk een bijproduct van de fokkerij. Als os kunnen ze in de kudde blijven tot ze twee en een half jaar oud zijn. Ze worden door die ingreep ook wat groter en zwaarder. En dan? “Ik breng ze zelf naar Dokkum, om vier uur ’s morgens. Menno Hoekstra is een goede slager. Om zes uur zijn ze geslacht, zonder stress of ellende. Dat vinden we belangrijk.” Voor de 31 Zwartbles schapen geldt hetzelfde regime. Lammetjes van de mannelijke sekse eindigen in de vrieskist. De ooien zetten het ras voort, waarbij ze achter de koeien aan grazen en alles afmaaien wat die lieten staan. Goed voor het weiland, net als de vaste mest uit de stal van de stiertjes. Vaste mest? “De meeste mest wordt geïnjecteerd, dat is drijfmest uit stallen met een rooster. Die hebben wij hier ook, zo is de boerderij die we huren. Maar de jonge stiertjes houden wij in de winter op stro, dan krijg je dus vaste mest en die injecteer je niet. De bodem wordt dus niet doorsneden, het bodemleven blijft intact. Dat merk je als je een schop in de grond steekt, dan zie je veel meer torretjes en kevertjes. Je krijgt ook ander gras.”

'Geiler'

Het gras van geïnjecteerde grond is ‘geiler’, hoger in voedingswaarde, leert de verslaggever. Maar fazanten, konijnen en herten prefereren het armere gras. “Als je mooi gras hebt, zie je vaak jonge dieren op je land.” Het is is één van de dingen die deze hobby voor Wim en Tessa Ram zo mooi maken. Ze zouden het wel fulltime willen doen – misschien ooit, met een kaasmakerij erbij? Maar voor nu is het: “na het werk snel eten en dan een rondje maken: even dit doen, even dat. En even bij de sloot kijken. De ene keer is er een ooievaar, dan weer een kikkertje of een eend. De één gaat naar het voetbal, de ander kijkt TV. En wij gaan bij de sloot langs.” Meer info: http://www.blakervelderhoeve.nl Edith Boeker