Column Anneke de Vries | Langszwaaiend

Roden - Het is wat met de terminologie binnen de klassieke vakken! Vooral brugklassers worden geconfronteerd met woorden en benoemingen die op de basisschool nog niet langskwamen omdat het niet nodig was of nog teveel gevraagd. De stap van het bekende Nederlands naar de onbekendheid van Latijn is dan best groot. We zijn gewend aan een taal van volgorde, terwijl Latijn een taal van vorm is. In het woord verstopt zitten zaken die in het Nederlands gewoon meer woorden hebben. Een werkwoord heeft bijvoorbeeld personen, dus 3 e persoon enkelvoud of zo. Het Nederlands zet er dan wel hij of zij of het bij, maar het Latijn laat in de vorm zien welke persoon het is en gebruikt dus amper persoonlijke voornaamwoorden. En naamwoorden hebben naamvallen waaraan je kunt zien wat ze in de zin doen. Die naamvallen hebben namen die geleerd moeten worden. Een hele klus! Je hebt bijv. de accusativus (4 e naamval) en de ablativus (5 e naamval). Geen wonder dat een meisje op mijn vraag “welke naamval zie je hier?” ooit antwoordde “een ablasativus”. Twee in één en in één klap een probleem minder ;-)

In mijn instroomklasje Latijn worden in dit tweede halfjaar in een rap tempo aan een stelletje gemotiveerde brugpiepers de eerste stappen Latijn bijgebracht, zodat ze vanuit brugklas havo of atheneum nog zouden kunnen instromen in klas 2 gymnasium. Een leuk stel weer, dit jaar! Maar ze zijn ook aan het goochelen met woorden en benoemingen en personen en naamvallen en... Tussen al die brij aan nieuwe woorden is er zomaar nog een nieuw woord bijgemaakt, “mindervoud”. Een woord dat stiekem veel leuker is dan “enkelvoud”, vindt u niet? Wat staat tegenover “meer”? In koor roept u nu “minder”, neem ik aan. Waarom dan tegenover “meervoud” niet “mindervoud”? Nou dan! Niet alleen een brugklas heeft overigens last van nieuwe woorden. Onlangs nog, in een Griekse proefvertaling van klas 6, kwamen de lanszwaaiende Grieken langs. “Lanszwaaiend”, best agressief en dat waren ze ook: klaar voor de aanval. Veel van mijn leerlingen maakten de bloeddorstige Grieken een stuk vrediger door te vertalen als “langszwaaiend”. Het plaatje in mijn hoofd veranderde meteen en ik zag voor mijn geestesoog een vriendelijk stelletje soldaten, zwaaiend met het handje naar de Trojanen terwijl ze langslopen. Ablasativus, mindervoud, langszwaaiend… Ik kom zoveel moois tegen in het onderwijs! Reageren? Mail naar a.vries@rsgdeborgen.nl Anneke de Vries, docente klassieke talen op de Lindenborg