Alexander Münninghoff: 'Dit moest verteld worden'

Norg - Alexander Münninghoff trok - op uitnodiging van Noordenveldleest - donderdagavond een volle zaal in restaurant Tafel 20 in Norg.

Münninghoff is, naast journalist en schrijver van meerdere boeken over schaken, onder andere schrijver van het boek De Stamhouder. Van De Stamhouder is inmiddels alweer de 24 ste druk verschenen. ‘Totaal onbegrijpelijk,’ vindt Münninghoff zelf. De mensen in de zaal vinden dat niet.
Menig boek wordt demonstratief vastgehouden en wie nog geen  xemplaar heeft kon er eentje aanschaffen.

Münninghoff is een gemakkelijke spreker. Zonder aantekeningen weet hij de zaal meer dan een uur te boeien met het verhaal over zijn bijzondere familiegeschiedenis. Muisstil en op het puntje van de stoel luisteren de toeschouwers ademloos naar zijn aangrijpende en indrukwekkende relaas,
afgewisseld door stukken die hij voorleest uit zijn boek. Ondanks het  onderwerp heeft hij regelmatig de lachers op zijn hand.

Humor

De humor die hij gebruikt is ook nodig. Een vader die bij de Waffen SS heeft gezeten, een opa die hem op zevenjarige leeftijd letterlijk ontvoerde bij zijn moeder vandaan (‘ik kreeg een doek gedrenkt in chloroform tegen mijn gezicht gedrukt…’), de schrijnende hereniging, jaren later met zijn moeder.
Het is geen luchtig verhaal.

‘Toch leest het als een trein,’ vertelt Willem de Gooyer. Hij heeft het boek al gelezen. ‘Ondanks het verhaal zelf is het luchtig geschreven. Alleen tijdens de ontknoping en de eerste ontmoeting met zijn moeder komen er meer emoties bij kijken. De rest is vrij beschouwend. Ik vind het een erg goed
boek. Ik kom zelf ook uit Den Haag, en ik kende Münninghoff al van de Haagse Courant.’

Fijn lezen

Wya Steevenz, die naast hem zit, is het boek nu aan het lezen. ‘Dat moest van hem,’ grinnikt ze en ze wijst op Willem. ‘Ik vind het ook heel fijn lezen en ik ben heel benieuwd hoe het verder gaat.’ De 18 jarige Evelien van Pelt heeft het boek ook al gelezen. Ze kreeg er een prachtige handtekening in. ‘Voor Evelien, ik hoop dat je het niet te erg vond allemaal.’

Na de pauze beantwoordt Münninghoff vragen vanuit het publiek. Zo vertelt hij dat hij nu wel gemakkelijk praat over een vader die bij de Waffen SS zat, maar dat hij het heel lang geheim heeft gehouden, bang dat mensen hem zouden afstoten. ‘In 1993 ben ik uit de kast gekomen, als het ware.

Normandië

Met een stel vrienden was ik in Normandië en daar vertelde ik het. Ik was bang voor verbroken vriendschappen, maar dat gebeurde gelukkig niet.’
Iemand zegt: ‘Het is een schande dat uw vader niet veroordeeld is, mijn  familie heeft aan de andere kant gestaan en hij had gestraft moeten worden.’ Münninghoff antwoordt rustig en begaan: ‘Ik ben het helemaal met u eens. Het ís schandelijk.’

Emoties

‘Lopen de emoties wel eens hoog op, wanneer u over uw boek spreekt?’ wordt er gevraagd. Münninghoff antwoordt dat er eens een Joodse dame was die vond dat het boek nooit geschreven had mogen worden. ‘Ik begrijp dat best,’ vult hij aan, ‘maar leven van de pen, journalist zijn schept een soort verplichting. Dit verhaal moest verteld worden.’ De zaal is het met hem eens. 

Fiona Huisman