Brandweerwagens, bier en begrip

RODEN - Komende zaterdag houdt Stichting Oost West Kontakten opnieuw de kerstmarkt in Mensinge. Boheems kristal, Tsjechische koekjes; en kerstversieringen, het zal allemaal weer zijn.

“Voor een schappelijke prijs,” knikt voorzitter Geert Wolters. “Als we de benzinekosten er maar uit halen.” Armlastig zijn ze tenslotte niet meer, daar in partnergemeente Litomyšl. De tijd dat er rollators, brancards en zelfs ambulances uit Noordenveld werden aangevoerd is voorbij. Maar contact en uitwisseling voorzien nog altijd in een behoefte. “Stichting Oost West Kontakten heeft twee poten,” legt Wolters uit. “Er zijn de vakanties voor de kinderen van Tsjernobyl, waarvoor we geld inzamelen met de Boekenmarkt. En er is de stedenband met Litomyšl, waarbij het vooral gaat om ontmoeting en uitwisseling. Niet tussen bobo’s, maar tussen de burgers van daar en hier.”

Onbekend maakt onbemind, was destijds het idee achter die uitwisseling. Elkaar leren kennen in plaats van elkaar te bedreigen, zoals het Vredesplatform en de Roner Raad van Kerken het destijds formuleerden. Het waren de donkere dagen voor de Wende, toen we net als Sting alleen maar konden hopen ‘that the Russians love their children too’. In plaats van geharnaste ontmoetingen op hoog niveau zou je contact kunnen leggen op het niveau van de gewone mensen: koorzangers, kunstenaars, voetballers en schakers.

Ander systeem

“Onbekende individuen kunnen ook iets in gang zetten,” zegt Wolters. “Kennis maken met een ander systeem.” En dat gebeurde. Bij de kinderen uit Wit-Rusland, die hier op vakantie komen. Maar ook bij de brandweermannen die elkaar ondanks alle taalproblemen vonden bij de ronkende diesel van een uit Veenhuizen afkomstige brandweerwagen. “Zodra ze hem aanzetten en de slang uitrolden, begrepen ze elkaar. Er kwam een geweldige straal uit, helemaal over het hotel heen zodat iedereen in de straat daarachter een nat pak haalde.” Wat niemand erg vond. De brandweerwagen deed het nog best, tot op de dag van vandaag . “Daarna ging iedereen aan het bier: die grote gele jongens die ze daar schenken. Aan het eind van de avond hadden ze al hun insignes uitgewisseld.”

Wie reisden er nog meer heen en weer? Scoutingleden en quiltmakers – drie maanden geleden kwam er nog een groepje hierheen voor het Quiltfestival Noord-Groningen-, operaliefhebbers (“het is daar éen groot cultureel bolwerk, met het Smetana festival ieder jaar) en zorgmedewerkers. “We organiseerden een symposium over zorg en namen hen mee naar een verzorgingstehuis en naar het Thomashuis in Roden.” Raadslid Harmannus Kuper hielp na zijn pensionering met het opzetten van een ambtenarenapparaat en het stimuleren van het toerisme. De schakers spelen nog steeds wel eens een partijtje via het internet en er zijn mensen die hun vakantie doorbrengen in een Tsjechisch zomerhuisje. Want mooi is het daar wel.

Haastig

Inmiddels is Tsjechië aaardig opgenomen in de vaart der volkeren. “Je merkt dat de samenleving er al even haastig wordt als hier bij ons,” zegt Wolters met iets van spijt. Maar er zijn ook dingen die we van de Tsjechen kunnen leren. “Ze combineren daar kinderopvang en ouderenzorg vaak. We zagen daar een creche, die vlakbij het ontmoetingscentrum voor ouderen lag. Koffie en theedrinken deden ze samen, en je kon zien dat ze daar allebei veel plezier in hadden.”

Wolters was ook onder de indruk van de onderlinge solidariteit. “Zoals wij hier het naoberschap hebben, zo hielpen zij elkaar ook met van alles.” Of dat alles overeind blijft in de nieuwe jachtigheid ? De tijd zal het leren. Er zijn ook mensen die terugverlangen naar de zekerheden van het communisme, er zijn spanningen en onzekerheden. Toch: “je krijgt meer begrip voor elkaar. We hebben bij elkaar in de keuken kunnen kijken.”