Wat neem je mee op een dag Fiets4Daagse? Malle hoedjes, een flinke hond en bammetjes met kaas

Dagblad van het Noorden doet elke dag mee met een tocht van de Fiets4Daagse. Vandaag door Norg, met de vraag: wat neem je mee tijdens een hele dag fietsen?

Op de parkeerplaats naast het multifunctioneel centrum in Norg staat een groepje Fiets4Daagse-vrijwilligers in rode shirts. De sfeer is goed, merken zij. „Mensen hebben er enorm zin in. We krijgen complimenten dat het doorgaat”, zegt een van hen. 635 personen starten hier.

De vrijwilligers hebben alle deelnemers vanmorgen zien vertrekken. Met hun bepakking. Volgens Roelf Akker, voorzitter van de startplaats Norg, is het meest bijzondere dat een meneer een flinke bouvier-hond wilde meenemen. „Ik zei: ’Meneer, dat wordt een flinke trap. Hoe ver gaat u?’ ‘Zestig kilometer ofzo, is de hond er ook gelijk even uit.’”

Verjaardagsballon

Niet ver van Norg fietst Tess Poede op haar matblauwe fiets. Zij heeft wel iets heel opvallends meegenomen op haar fietstocht: een heliumballon met de tekst ‘Hoera 11 jaar’.

Poede fietst langs een woonboerderij waar een stalletje staat met zelfgemaakte jam en vruchtensap. De Nederlandse vlag hangt aan het stalletje, maar of die er speciaal hangt om de Fiets4Daagse op te leuken? Nee, lacht de bewoner, die op zijn oprit een grasmaaier staat te keuren. „Die is om het stalletje extra op te laten vallen.” De fietstocht brengt extra geld in het laatje. ,,Maar niet genoeg om de reparatie van deze grasmaaier te betalen”, concludeert de man beteuterd.

Even verderop fietst Jannie Kloosterman (67) uit Norg, links van haar mooie veldbloemen, rechts tarwe dat nog jong, fris en groen is. Wat in haar fietstassen zit? ,,Vooral drinken, já, wel genoeg drinken. En een telefoon om foto’s te maken.” Ze fietst in haar eigen buurt, dus het is bekend. „Maar je komt altijd wel weer nieuwe dingen tegen.” Kloosterman houdt van fietsen en heeft in de meeste provincies van Nederland al wel eens een meerdaagse fietstocht ondernomen.

Malle hoedjes

Vier vrouwen op de weg naar Veenhuizen hebben iets opvallends mee: malle rode en roze hoedjes met bloemen en strikken erop. Negen jaar geleden zijn de hoedjes, gemaakt van ‘pakje-touw’ gekocht bij een zorgboerderij in de buurt van Norg. Sindsdien hebben de vrouwen de hoeden elk jaar op. Aafje van den Akker (62): „Andere fietsers zeggen dan: ‘Daar heb je die dames weer met hun hoedjes!’”

Op de vraag ‘wat neem je mee op deze dag’ antwoordt de 76-jarige Ery Nijhuis vanaf haar scootmobiel: ,,De ontmoetingen met mensen.” Maar op de meer letterlijke lezing van de vraag, reageert ze even later: „Broodjes met kaas. Die kan je het best bewaren.”

Mee naar huis

Niet alleen nemen deelnemers gevulde fietstassen van huis mee, ze kunnen ook onderweg van alles oppikken. Bijvoorbeeld bij Veenhuizen waar een lange rij deelnemers staat te wachten. Iedereen die aankomt, vraagt zich af wat er gebeurt. Je kon toch geen stempels krijgen dit jaar? Deelnemers blijken een zijspiegeltje aan de fiets te kunnen laten monteren. Ook delen twee medewerkers van Veilig Verkeer Nederland boekjes en bidons uit. Zij leggen uit dat die zijspiegels wel heel handig kunnen zijn. „Vooral voor oudere mensen, want als zij omkijken trekken ze het stuur weleens mee.”

Opgevangen met auto

Niet iedereen neemt spullen op de fiets mee. Halverwege de tocht heeft Bert Bolhuis (40) zijn vrouw Marianne (36) en zoontje Robin (7) opgevangen met de auto. Koelbox, pakjes drinken en zakken verse broodjes aan boord. „Zo zonder bagage fietst het lekker licht”, vindt Marianne. Het drupt, dus het gezin kan ook nog eens droog eten.

Robin vindt meefietsen erg leuk, en dat is niet zijn enige motivatie. „Ik kan een medaille winnen”, zegt hij kauwend op een frikadelbroodje. Maar waarom papa Bert niet meetrapt? „Het is niet dat ik fietsen niet leuk vind…”, begint hij. „Wél hoor”, klinkt het uit de mond van de 7-jarige uit de auto. „Want anders was hij wel meegegaan.”

Weinig rustpunten

Als het bordje Norg voorbij wordt gefietst door een vrouw in een paars windjack, begint ze spontaan te zingen. „We zijn er bijna, maar nog niet helemaal.” Na ruim twee uur in de regen te hebben gefietst, vinden velen het welletjes en duiken de kroeg in. Of de warme auto.