Beleefroute door Mensingebos in Roden

RODEN In het spoor van Coenraad…

‘In het spoor van Coenraad…’ is de titel van een nieuwe beleefroute door het Mensingebos. Museum Havezate Mensinge en Staatsbosbeheer hebben de route samengesteld. Langs de blauwe route worden informatiepanelen geplaatst met daarop een afbeelding, informatie en eventueel anekdotes over de schilderijen en aquarellen van de vroegere kunstschilder Coenraad Kymmell. Hij verbleef tussen 1895 en 1924 regelmatig op de havezate in Roden. Op Mensinge is tot het einde van het jaar een speciale expositie ingericht over de kunstschilder.

,,De Mensingebossen behoorden vroeger tot het omliggende land van havezate Mensinge. Rondom 1963 nam Staatsbosbeheer het onderhoud van de bossen over’’, aldus Mara Bosboom, directeur van museum Havezate Mensinge. ,,Tijdens de Coronaperiode hebben we nagedacht over meer bezoekers naar ons museum en over een langer verblijf in Roden. Toen is het idee ontstaan om een expositie in te richten met nog niet eerder geëxposeerde werken van Coenraad die in ons depot lagen en daarbij ook de geschiedenis van de Mensingebossen te vertellen. Veel van onze bezoekers zijn vakantiegangers: die kunnen nu zelf de plekken in het bos bezoeken die Coenraad heeft geschilderd.’’

Markant

Coenraad Wolter Jan Kymmell (1863 – 1924) staat bekend als één van de meest markante bewoners van havezate Mensinge. Zijn schilderijen geven een goed beeld van Roden, Mensinge en de omliggende bossen in de 19de en het begin van de 20ste eeuw. De vader van Coenraad – Jan Wilmsonn Kymmell (1836 – 1925) - erfde de havezate in 1878. Het werd toen een buitenverblijf van de Kymmells die in Utrecht woonden. Zij verbleven regelmatig in Roden. Jan Wilmsonn was trots op Mensinge: naast verbeteringen aan het gebouw en het interieur liet hij in die periode ook een groot deel van de Mensingebossen aanleggen. Vooral rondom het vennetje zijn grote oppervlakten heide en woeste grond ontgonnen. Op deze plekken zijn bomen en planten aangelegd. Vroeger was het Mensingebos een houtvesterij en niet voor het publiek toegankelijk. Het hout werd verkocht voor het maken van balken, spanten, palen, planken en goten.

Soort bij soort

Boswachter Henk Denkers kent de omgeving van Mensinge op zijn duimpje. Sinds de jaren tachtig is hij in de Mensingebossen werkzaam. ,,Het oudste deel is het Lieverder Noordbos: dat bestond al in 1492 en is hiermee één van de oudste bossen van Drenthe. Het Sterrebos is waarschijnlijk rondom 1700 aangelegd. Aan de zuidkant ligt het Moltmakersstuk, een restant van de uitgestrekte heidevelden van vroeger. Het gedeelte tussen het Moltmakersstuk en de havezate is grotendeels aangelegd tussen 1880 en 1920.’’

Wie met Henk Denkers op pad gaat hoort en ziet veel bijzonderheden over de Mensingebossen. ,,Kijk eens naar het patroon van het Mensingebos. Kenmerkend is dat de meeste bospercelen zijn omgeven met wallen. Soort bij soort werden de bomen hier vroeger aangeplant.’’

Ondanks dat het Mensingebos relatief jong is wijst Denkers op verschillende bomen die al meer dan 300 jaar oud zijn, vooral eiken. Beroemd is de Dikke Eik, een historische boom van bijna 400 jaar oud, langs de weg van Roden naar Lieveren. Aan de vorm kan worden afgeleid dat de historische bomen vroeger in het open veld hebben gestaan. In het Mensingebos staan ook Douglas sparren en Fijnsparren.

,,Het zijn exoten, bomen die van oorsprong niet uit Nederland komen. Ze zijn hier geplant omdat ze sneller groeien dan eiken en beuken. Dat was voor de houtproductie interessant. De Douglas-sparren leveren een goede kwaliteit hout (redwood) voor het maken van meubels. De Fijnsparren hebben het moeilijk in Mensinge vanwege de droge zomers.’’ Even verderop laat hij een innige vrijage tussen een beuk en een eik zien. ,,Vermoedelijk het resultaat van een vergeten wintervoorraad van een eekhoorn.’’

Mest

Aangekomen bij het Kleine Ven valt op dat er waterlelies groeien. ,,Dat is bijzonder: ik denk dat de Kymmells vroeger mest in het water hebben gegooid om lelies in het water te hebben.’’ Bij het grote ven wijst de boswachter op Veenpluis, een witte pluizige plant die langs de oever groeit. En zo groeien er meer bijzondere planten in het Mensingebos: de boswachter wijst ineens op een veldje gele bloemen tussen de heide: ,,Dat is Tormentil; die werd vroeger gebruikt als een pijnstiller, net zoals je nu aspirine gebruikt.’’

Over het Mensingebos zijn – naast de vele schilderijen en aquarellen van Coenraad – vele mooie verhalen en anekdotes in omloop. Over Coenraad: die vaak ’s morgens in het Lieversche Diepje ging zwemmen, over de ‘kwoajongs’ die hij in het niet toegankelijke bos betrapte en vastbond, over Christine – Coenraad’s zus en latere bewoonster van Mensinge – die in de winter schaatsende jeugd op ‘haar gracht’ zat was en de gemeenschap van Roden toen maar de ijsbaan in het Mensingebos schonk. De ijsbaan – die op 6 december 1933 feestelijk werd geopend – is onderdeel van de wandelroute, die start bij havezate Mensinge en tijdens het Open Monumentenweekend (12 en 13 september) in gebruik wordt gesteld.

Arjan van de Leur