Gedeputeerde Cees Bijl: 'Als Koloniën op de Werelderfgoedlijst komen, gaat het gebied niet op slot'

Vier van de zeven Koloniën van Weldadigheid staan op het punt te worden toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Daarmee gaat het gebied voor inwoners en bedrijven echter niet ‘op slot’.

Dat zegt de Drentse gedeputeerde Cees Bijl. De PvdA-er staat aan het hoofd van de Nederlandse-Belgische stuurgroep die de voormalige Koloniën in ons land en Vlaanderen de status van werelderfgoed moet bezorgen. Wat betreft de gedeputeerde hoeven boeren in het gebied niet bang te zijn dat ze niet meer kunnen uitbreiden. Particulieren kunnen echt nog wel een dakkapel laten plaatsen.

Gewone leven moet ook doorgaan

De allereerste aanzet om de vroegere Koloniën aan de felbegeerde erfgoedstatus te helpen, dateert alweer van 2006. Er wordt erg naar de erkenning uitgekeken, maar kritische kanttekeningen zijn er sindsdien ook wel gezet. Het gewone leven in dorpen als Veenhuizen, Frederiksoord en Wilhelminaoord moet wel kunnen doorgaan, luidt het.

Dat vindt ook Bijl. ,,De regels die er wat dat betreft al zijn, zullen niet nóg strenger worden”, laat hij weten. Wendy Schutte, die namens de provincie Drenthe in het programmateam Koloniën van Weldadigheid zit, voegt er aan toe dat voor alle vijf Koloniën in Nederland al langer een bestemmingsplan Beschermd Dorpsgezicht geldt.

Eerste poging in 2018 strandde

Twee jaar geleden, toen de Maatschappij van Weldadigheid precies twee eeuwen bestond, zijn de Koloniën voor het eerst formeel voorgedragen voor de Werelderfgoedlijst. Die poging strandde. Icomos, een comité van deskundigen dat UNESCO adviseert, zag niet in dat de zeven voormalige Koloniën één geheel vormen. Wat dat betreft is Icomos inmiddels om, maakte Bijl afgelopen najaar al bekend.

Maar nog altijd zit de erfgoedstatus voor alle zeven Koloniën tegelijk er niet in. In Willemsoord en Ommerschans is het erfgoed lang niet zo goed bewaard gebleven als iets verderop in Frederiksoord en Wilhelminaoord. In Vlaanderen komt Wortel wél in aanmerking voor de lijst van Unesco, Merksplas niet. In deze laatste plaats is het restauratiewerk in volle gang, maar volgens Icomos moet er nog te veel gebeuren om opname op de Werelderfgoedlijst nu al te rechtvaardigen.

Cees Bijl is optimistisch

Drie Koloniën dus (voorlopig) niet, de overige vier halen de lijst naar alle waarschijnlijkheid wél. Na ‘de kritische en deels zelfs negatieve’ opstelling van Icomos in 2018 is Bijl voorzichtig geworden. Toch zegt hij: ,,De kans dat ze wél op de lijst komen schat ik nu hoger in dan de kans dat ze het niet halen.”

Maandag is Bijl in Wortel. Daar zal zijn stuurgroep het definitieve nominatiedossier ter ondertekening aanbieden aan minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en haar Vlaamse collega Matthias Diependaele. Het stuk gaat daarna naar UNESCO in Parijs. In mei wordt het definitieve advies van Icomos verwacht. De eerste week van juli hakt UNESCO’s Werelderfgoedcomité in Fuzhou in China de knoop uiteindelijk door.

Elfde Nederlandse werelderfgoed

Na onder meer de molens bij Kinderdijk, de grachtengordel van Amsterdam, de vroegere Van Nellefabriek in Rotterdam en het Woudagemaal bij Lemmer kunnen de Koloniën van Weldadigheid het elfde Nederlandse erfgoed worden op de lijst van UNESCO.

Zodra de Koloniën op de UNESCO-lijst staan, wordt het gebied beslist ‘geen doods museum’ waarin weinig meer mogelijk is, herhaalt de gedeputeerde. Wat verwacht hij zelf, de eerstkomende jaren? UNESCO draait geen subsidiekranen open en financiële bijstand uit andere hoek ligt vooralsnog evenmin voor de hand.

‘Prikkel voor nieuwe initiatieven’

,,Het gaat om een keurmerk, een bijzondere blijk van waardering”, zegt Bijl. ,,Je kunt er van uitgaan dat de Koloniën extra onder de aandacht komen bij toeristen. Ik verwacht dat de erkenning als werelderfgoed ook positief uitwerkt op het zelfbewustzijn en de gemeenschapszin in het gebied. Mensen en bedrijven zullen geprikkeld worden tot nieuwe initiatieven. Dat is trouwens al een aantal jaren gaande. Denk aan brouwerij Maallust in Veenhuizen, maar ook aan de opvoeringen van Het Pauperparadijs.”