Naoorlogs Veenhuizen: een sociaal laboratorium’

VEENHUIZEN

Vrijdag 30 november verschijnt het boek De nacht van Byrman van auteur Egbert Brink bij uitgeverij Koninklijke Van Gorcum.

Egbert Brink is historicus en werkzaam bij het Drents Archief. Hij schreef eerder De Zaak Cavaljé over het beruchte volksgericht in het Drentse Stuifzand in 1922.

November 1950. Met een geheim transport komen 24 gevangenen uit voormalig Nederlands-Indië aan in de Rijkswerkinrichting Veenhuizen. Vier dagen later overlijdt hier één van hen onder verdachte omstandigheden: sergeant Ferdinand Byrman, 22 jaar jong, pas getrouwd en vader van een tweeling.

Aan de hand van deze waargebeurde persoonlijke geschiedenis beschrijft De nacht van Byrman de grimmige naoorlogse jaren in Rijkswerkinrichting Veenhuizen, waarin de laatste landlopers, oorlogsmisdadigers, Indië-veteranen en Indië-weigeraars tot elkaar veroordeeld zijn.

Uitvinden

De auteur zegt hierover: ’Byrman kwam terecht in een gevangenis die zichzelf opnieuw moest uitvinden. Het was niet langer het bedelaarsgesticht van de 19e eeuw zoals we die kennen uit de verhalen van Suzanna Jansen en recentelijk van de Werelderfgoednominatie. Een gevangenisregime dat zich opnieuw moest uitvinden.’

In periode na de Tweede Wereldoorlog zat Veenhuizen in een overgangsfase. De situatie was dat allerlei groepen in Drenthe – ver weg van de beschaafde wereld – in een gevangenisexperiment terechtkwamen; de zogenaamde open gevangenis.’

Spiegel

‘Daarnaast is het verhaal van Byrman ook een spiegel voor moderne organisaties. Specifiek waar het gaat om de rol van toezichthouders en die van de verplegers, de spreekwoordelijke ‘handjes aan het bed’. Ergens hoop ik door het verhaal van Byrman te vertellen, dat zijn noodlot niet helemaal voor niets is geweest. Dat die jongen uit Rotterdam niet vergeten wordt.’