Alke: doordouwer achter onzekere dichter

RODERWOLDE

„Petrus was niet zozeer bescheiden, maar meer onzeker.” Alke van der Velde schetst daarmee aan in 2004 overleden echtgenoot treffend. Haar eigen rol om zijn onzekerheid weg te nemen is maar bij weinigen bekend...

Petrus van der Velde, veelal Peter genoemd en ook als dichter schrijvend onder die naam, werd een eeuw geleden geboren in het Groningse Vlagtwedde. Zijn ouders waren vanuit Roden vanwege een baan naar het Oostgroningse verhuisd. Maar toen kleine Petrus drie jaar was, keerde het gezin terug. Vader Willem kon toen bij bakker Hoeksema in Roden aan de slag.

Na een tijdlang als kantoorbediende te hebben gewerkt, ‘verzilverde’ Van der Velde jr. zijn opleiding tot onderwijzer. Vanaf 1944 stond hij voor de klas, eerst in Roderesch (formeel obs Steenbergen geheten), toen Roden en uiteindelijk 25 jaar in Roderwolde als hoofd van de school. In de oorlogsjaren richtte Van der Velde het Bonte Bitse Cabaret op (niet toevallig af te korten als BBC), die werd opgeheven toen het gezelschap zich moest aansluiten bij de Duitse Kulturkammer. Na de oorlog gaf Van der Velde zijn creatieve vondsten vorm in onder meer De Bekketrekker, samen met onder anderen Bareld Lunsche.

Achter het succes van elke man, staat een vrouw. Dat mag over de rol van Alke zeker gezegd worden. In 1923 geboren in Een, als dochter van hoofd der school Van Calker, was ze een scherpzinnig kind. In haar jonge jaren was amper sprake van dialect, zeker thuis niet. „Mijn vader kwam uit Groningen, dat wilde hij in Een niet spreken. Dus werd thuis Hollands gesproken”, blikt Alke terug. Sinds zes jaar woont ze in Peize.

Toonsoort

De Roner had al vanaf 1940 een literaire briefwisseling in de toenmalige Leekster Courant: Van Kwietnieters en Kwaaitnaiters, met onder anderen Hans Heyting en Willem Beereboom. En met Alke trad de Roner op in diverse zalen opgetreden, met liedjes en verhalen. De zang was zonder begeleiding. Alke zong vaak de ‘tweede stem’. „Petrus had soms moeite de goede toonsoort te vinden. Als hij te hoog begon, kon ik daar niet aan toe komen. Dan wilde hij het liefst meteen ophouden”, illustreert Alke de onzekerheid van haar echtgenoot.

De dichter was in velerlei opzichtend zeer behoudend en voorzichtig. „Hij wilde het liefst dat alles bleef zoals het was. Vroeger was het goed. Dat had ik niet. In Roderwolde waren schaatswedstrijden van school, maar de winnaars kregen niets. Dat heb ik veranderd. En verenigingen hadden soms 25 jaar hetzelfde bestuur. Ik heb toen heel voorzichtig voor elkaar gekregen dat er vaker bestuursverkiezingen kwamen. Maar dat riep veel stof op... Ik heb in totaal zo’n zes verenigingen opgericht”, vertelt Alke.

Geen tijd

Thuis zorgde de echtgenote er voor, dat Peter zich op allerlei fronten bezig kon houden. „Hij kon geen nee zeggen, als dorpsgenoten iets vroegen. Maar hij had eigenlijk geen tijd. In feite was hij een verwend mannetje, ik deed het werk in huis. Dat ‘geen tijd’ was ook zo met de jongens”, verwijst ze naar haar zonen Peter en Willem. „Dat heb ik hem wel eens kwalijk genomen”.

Het eerbetoon in Roden voor de Drentse dichter - 2018 is zelfs Peter van der Velde-jaar - is wat Alke betreft wat veel van het goede. „Een heel jaar! Dat had van mij niet gehoeven. Er is met mij ook geen overleg geweest, daar ben ik nog wel een beetje mismoedig over. Ik had liever gezien dat hij meer bezoek had, toen hij ziek was”, verwijst ze naar twee herseninfarcten. ‘Hij wilde zo graag dat mensen kwamen”.

Ondanks de kanttekeningen is Alke trots op haar man. „Iemand noemde hem ooit een wonder van de taal. Hij was een taalwonder. Niet alleen het rijmen, maar het ging om de inhoud van de gedichten. Zoals in het gedicht Zaodbulten. De inhoud is belangrijker dan uiterlijk vertoon.” Die inhoud is voor Alke net zo belangrijk, ook in de jaren dat ze aan uitvaartbegeleiding deed. Ik wil iets voor de mensen neerzetten.”