Column Fiona: naakte molratten in de sauna

‘Laten we weer eens naar de sauna gaan,’ zei mijn vriendin Sandra laatst. ‘Dat is alweer jaren geleden.’ Dat klopt. En daar is een reden voor. Ik ben niet zo blotert. Er zijn mensen die het heerlijk vinden om in adamskostuum rond te lopen, zonder vijgenblaadje. Ik niet. Doe mij maar een stuk of wat vijgenblaadjes. Nakend verpozen tussen andere naakten heeft niet mijn voorkeur. Maar het is gezond, dus liet ik mij overhalen.

‘Wat is eigenlijk de mode tegenwoordig, daarzo?’ vroeg ik voor de zekerheid aan Sandra. ‘Waarzo?’ wilde ze weten. ‘Nou. je weet wel. Schaamhaarkapseltechnisch gesproken,’ antwoordde ik wat beschaamd. ‘Goh. Weet ik niet. Gewoon de bikinilijn netjes, denk ik,’ zei ze en we besloten dat dat prima was. Met oksels, benen en bikinilijn keurig gekapt stapten we samen de sauna binnen. Na het douchen begonnen we met een voetenbad. En hoewel je niet naar andere mensen mag kijken is dat lastig, want je bent al snel op je eigen tenen uitgekeken. Er zijn er tien en ik heb ze vaker gezien. Dus keken we naar andere mensen.

Uit de mode

‘Zie jij wat ik zie?’ vroeg ik Sandra. ‘We zijn uit de mode,’ antwoordde ze droogjes. Dat was wel duidelijk. Iedereen was geschoren. Ook daarzo. En dan heb ik het niet over hipsters, en jonge meiden, maar over volwassen vrouwen en mannen. Van twintig tot tachtig. Allemaal waren ze kaal, daarzo. Ik zag dames die van boven rond de zestig waren en van onderen een jaar of acht. Bij de mannen leek het ook al zo vreemd.

‘Het ziet eruit als een naakte molrat,’ fluisterde Sandra en ze sloeg de spijker op zijn kop. Ooit zagen we in de dierentuin in Emmen een kolonie naakte molratten. Het leken net kale piemels, vonden we toen. ‘Ik durf niet op te staan,’ zei ik, en sloeg mijn benen over elkaar, ‘straks worden we eruit gezet.’ ‘Of standrechtelijk geschoren,’ fluisterde Sandra en we kregen de slappe lach. We besloten te gaan zwemmen. Een beetje beschaamd liepen we tussen de kalerds door en doken opgelucht het zwembad in. Ook het stoombad was niet erg. In het restaurant was badkleding verplicht, dus dat overleefden we ook zonder schallend hoongelach. Maar uiteindelijk kwam het moment waarop we toch echt van de sauna naar het koude dompelbad moesten lopen.

Blikken

‘Kom op, we kunnen dit,’ zei Sandra en met de moed der wanhoop liepen we, geheel nakend en met het schaamrood op de kaken naar het dompelbad. Het leek de tien kilometer horden wel. En net toen ik het bijna niet meer vol kon houden, net toen ik dreigde te bezwijken onder de nieuwsgierige blikken van de andere gasten, net toen ik in wanhoop uit wilde roepen: ‘Ja! Ik heb schaamhaar! Ik wist het niet!’ ging de hemel open en daalde er een engelenkoor neer. In een stralende lichtbundel en onder hemels gezang ging de deur vanuit de kleedkamers open en liep er een man naar binnen. Hij had haar. Overal.

Op zijn gezicht prijkte een prachtige baard. Op zijn borst groeide het haar in kunstzinnige krulpatronen. Zijn buik was bedekt met een hoogpolig tapijt en ook zijn rug had een weelderige bedekking. Hij had letterlijk overal haar. De hele sauna leek te bevriezen. Als vertraagd liep hij, van elke gêne ontdaan, wars door de mensenmenigte heen. Vrouwen keken bewonderend om. Mannen keken jaloers. Hij negeerde iedereen en liep recht op ons af. Toen hij vlakbij was hield hij zijn pas even in, knikte en zei duidelijk hoorbaar tegen ons en tegen ons alleen: ‘Dames,’ en hij liep door.

De rest van de middag brachten we door als in een roes. We hadden de tien kilometer horden gewonnen.