Lancaster: berging 75 jaar na crash?

WESTERVELDE

Er is een politieke meerderheid om vliegtuigwrakken uit de oorlog, waarbij enige zekerheid is dat er nog menselijke resten aanwezig zijn, te bergen. De Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 was al geruime tijd bezig met een inventarisatie naar dergelijke gevallen.

In de nacht van 8 op 9 oktober 1943 is een Engelse Lancaster III Pathfinder bommenwerper neergestort ten noordwesten van Westervelde. Alle zeven bemanningsleden kwam om het leven, vier van hen zijn geborgen en liggen begraven op de begraafplaats in Norg.

Vermist

Drie vliegers zijn formeel vermist, Eric A. Brinton, boordschutter, Maxwell (’Maxie’) G. Smallridge, telegrafist en Sidney (’Sid’) G. Burnam Richards, navigator. Het toestel is volgens ooggetuigen brandend neergestort en heeft vrijwel zeker vlak voor de crash nog bommen weten te droppen.

De Lancaster JB181 van het 7 squadron steeg op 8 oktober om 22.59 op vanaf de basis Oakington (Cambridgeshire) voor massale aanval op Hannover. Het was - zo valt in het logboek te lezen - geladen met zes duizendponders en zogeheten cookie, een vierduizendponder. Zo’n bom moest boven een woonwijk ontploffen om de dakpannen van daken te blazen. Hierdoor werd het trieste effect van brandbommen veel groter.

Over de toedracht van de crash heerst nog onduidelijkheid, als verantwoordelijk schutter wordt Heinz Vinke wel genoemd. De viermotorige Lancaster was onderweg en had dus nog veel kerosine aan boord. Een familielid van staartschutter Chris Zane Christianson heeft in een deels fictief en geromantiseerd verhaal geopperd, dat de bemanning met veel moeite het dorp Norg wist te ontwijken om erger te voorkomen. In werkelijkheid kwam het toestel uit zuidwestelijke richting.

Twee getuigen hebben het toestel brandend over zien komen. Een van hen, een meisje dat bij Norgerhaven woonde, is de volgende dag naar de plaats des onheils gegaan en trof daar het triest schouwspel aan. De andere - inmiddels overleden - getuige woonde in Norg en zag het toestel vanuit het slaapkamerraam.

Bij de crash is het toestel zwaar gehavend en mogelijk deels verbrand. Het staartgedeelte bleef tamelijk intact en belandde aan de overzijde (NO-zijde) van de Oldehofweg. Kort na het drama hebben de Duitsers veel restanten van het wrak geborgen. Ook zouden ze geprobeerd hebben motoren dan wel bommen te bergen, maar zonder succes. Een deel van het toestel kwam terecht in een bosje met veenachtige bodem. Dat hier nog overblijfselen van de vliegers aanwezig zijn, is niet onwaarschijnlijk. In de loop der jaren zijn al trieste vondsten gedaan...

Na de oorlog zijn meermalen nabestaanden van bemanningsleden in Norg geweest. Al kort na de oorlog de vader van de flying officer Bruce MacPherson. Maar ook diens zus, en familieleden van andere slachtoffers. In beperkte mate was er langdurig contact met Norgers. Dit veranderde eind jaren ‘80, toen Stan Brine, broer van de boordwerktuigkundige Frederick (Ginger) Brine het graf bezocht en contact hield met ondergetekende.

Nabestaanden

Het Comité 4-5 mei van de gemeente Norg - Geertje Brink, Halbe Hageman en ondergetekende, samen met toenmalig burgemeester Elisabeth Tuijnman - heeft in 1995 nabestaanden uitgenodigd voor een indrukwekkende herdenking. Onder de gasten Bruce Burnam-Richards, broer van de navigator. Met verre familieleden van Brinton en Smallridge was briefcontact, maar ze waren niet in de gelegenheid om naar Norg te komen.

Tijdens de herdenking in 1995 werd het door het comité geïnitieerde monument op de Kerkbrink onthuld. Daarop staan namen van oorlogsslachtoffers uit Norg, of die in de toenmalige gemeente om het leven kwamen en voor zover die niet op bestaande monumenten voorkomen. De namen van de drie vermiste vliegers kregen zo een plek. Hun namen staan overigens ook op het Runnymede-monument voor vermiste vliegers in Londen.

De Engelse nabestaanden bezochten in ‘95 ook de plek waar zich het drama afspeelde, waarbij ze zichtbaar aangedaan waren door de serene rust van het landelijk gebied. Bruce Burnam-Richards, maar ook de anderen, koesterden geen wens voor een zoektocht naar resten van hun dierbaren. Er overheerste een gevoel van een bijzondere rustieke laatste rustplaats. Van de directe nabestaanden is alleeen Stan Brine nog in leven...

Bommen

Het mogelijk zoeken naar menselijke resten is eerder in beeld geweest. Dit hield verband met de mogelijke aanwezigheid van bommen. Ondergetekende schreef in 1993 in de Leekster Courant een verhaal over de Lancaster en trok kort daarna met getuige (wijlen) Roelf Martens en luchtoorlogkenner Henk van Eekeren het gebied in. Martens wees toen enkele plekken aan, waar na de crash diepe kraters waren. Grote en kleine die wezen op de inslag van een motor of... een bom.

Aan het begin van deze eeuw kwam herinrichting van het beekdal van de Slokkert (bovenloop van het Peizer/Lieversediep) in beeld. De Landinrichtingsdienst wilde het in de jaren ‘60 rechtgetrokken beekje weer laten meanderen (evenals het Oostervoortschediep), om zo langer water in het gebied vast te houden. Ondergetekende waarschuwde de Landinrichtingsdienst met klem om op te passen bij graafwerkzaamheden, omdat er een gerede kans was dat er een of meerdere bommen zouden liggen.

Waarschuwing

De waarschuwing bleef lang in de la, tot de plannen voor het beekdal concreter werden. Via de gemeente werd de firma Leemans ingeschakeld, die op het voormalige Duitse vliegveld Peest bezig was met een immense munitie-opruiming. Medewerkers voerden op de crash-site een verkennend onderzoek uit, waarbij enkele verdachte objecten werden aangetroffen.

Inmiddels was ook bergingsofficier Hans Spierings uitgenodigd. Hij had eerder de leiding bij de berging van een Duitse Messerschmitt 109, die in de Peestermaden bij Norg was gecrasht. De vlieger, Friedrich König, bevond zich nog in het wrak. Aanleiding voor die berging (rond 1999) was toen met name de kans dat de jager een bom bij zich had.

Kosten

Spierings was gevraagd mee te denken over een eventuele berging van restanten van de Lancaster. Dat zou volgens hem een tijdrovende (en daardoor kostbare) aangelegenheid worden, juist omdat het toestel grotendeels uiteengespat was. De grond zou gezeefd moeten worden om kleine deeltjes - ook van menselijke resten - te kunnen vinden. Met name vanwege de kosten is toen besloten alleen de bommen - zijnde gevaarlijk - op te ruimen.

De opruimactie in 2012 begon toevallig tijdens een bezoek van een nicht van de flying officer met haar echtgenoot, Barbara en Phil Cowtan de Norger comité-leden. Een van de diverse uitwisselingsbezoeken sinds 1995. Van de Lancaster werden drie van de zes duizendponders op ca. 3,5 meter diepte gevonden, op enige afstand van waar de romp neerkwam. In december 2012 zijn ze bij Assen tot ontploffing gebracht.

Inmiddels is de rust weergekeerd in het beekdal van de nu mooi kronkelende Slokkert. Niets herinnert meer aan het drama dat zich hier afgespeeld heeft. Met het bosje langs de Oldehofweg als laatste rustplaats voor de vemiste vliegers, van wie in ieder geval zeker is dat ze niet meer in leven zijn. Of hun resten ooit geborgen worden, zal de tijd leren...

Meermalen is aangedrongen op berging van stoffelijke resten van de vliegers. Onder meer uit respect voor de nabestaanden. Daar is iets voor te zeggen. Alleen hebben nabestaanden jaren geleden aan de Norger comitéleden (inmiddels werkgroep 40-45 van de Historische Vereniging Norch) laten weten daar geen behoefte aan hadden. Die wens lijkt vooral te komen van speurders, van wie niet iedereen even respectvol met crashlocaties omging. Soms doken zelfs macabere vondsten op Marktplaats op...

Een overweging kan ook zijn om eventueel gevonden stoffelijke resten te herbegraven bij die van hun kameraden, op de Norger begraafplaats. Het bosje zal een berging niet overleven, maar dit juist beschermen en aanwijzen als een soort veldgraf, eventueel met informatiebord, is ook te overwegen. Als laatste rustplaats, die met rust gelaten moet worden... Welke optie t.z.t. ook gekozen wordt, grafrust valt en staat met respect. Wordt vervolgd...

Germ Geersing