Column: Met man en muis

‘We hebben een muis’, zegt een loslopende verkoper als ik bij de kassa kom. Hij houdt een blauwe prullenbak afgedekt met een matje zo ver mogelijk van zich af. ‘Joh, echt waar? In die bak’, vraag ik nieuwsgierig. ‘Ja, maar ik ben bang voor muizen! Ze kunnen heel hoog springen, hoor’

Dan pas zie ik de paniek in zijn ogen. ‘Ik ben er óók bang voor," zegt een andere bouwmarktman achter de kassa. ‘Heb een trauma van die beesten opgelopen sinds ik ooit in een kamer vol met muizen heb gezeten’. Ik staar de twee mannen een ogenblik te lang aan. Opeens weet ik niet meer waar ik terecht ben gekomen. Vijf minuten geleden was dit nog een stoere bouwmarkt in Roden met klusmannen gekleed in bedrijfskleding te midden van heel veel bouwspul. Bakken schroeven, enge boormachines, hoge steigers, zware koevoeten en zingende zagen; allemaal wapentuig waar mannen blij van worden en vrouwen depressief. En nu sta ik oog in oog met angstige bouwkerels die sidderen voor een muis?

‘We weten niet wat we ermee moeten’, zegt Bouwmanus wanhopig. In mijn altijd levendige handelsgeest stel ik voor: ‘In een kooitje en dan verkopen’ De kassaman schudt zijn hoofd. ‘Ehm…naar buiten, in de bosjes’, opper ik daarna terwijl ik hen beiden aankijk. Bouwmanus knikt wantrouwend en sjouwt met grote tegenzin de prullenbak met monstermuis naar buiten. Snel loopt hij er vandaan, niet wetend wat te doen. Ik kan dit tafereel niet langer aanzien.

Bang

Zo vlak voor dierendag zwelt mijn liefde op voor alle behaarde viervoeters met een staart. Dit arme beestje moét gered worden. Bevrijd uit deze vijandige bange mannenwereld. En ik, vrouw op leeftijd, ervaren met hamsters, cavia’s, konijnen, veldmuisjes, tuinegels en suikerspinnen zal dat doen. Onverschrokken stiefel ik naar de bak, gooi de mat eraf en zie te midden van honderd pinbonnetjes een klein en doodsbang muisje dat tevergeefs zijn best doet om uit te bak te springen. Dan zit hij even stil. Muis en ik kijken elkaar een ogenblik aan en hij weet: ‘Nu komt alles weer goed. Deze stoere vrouw gaat mij helpen’. Ik glimlach naar muizemans en kieper rustig de prullenbak om. Roetsj….weg is hij.

Bouwmanus glimlacht direct ontspannen en zegt dan: ‘Nou, dat ging vlug! Bedankt hoor’ Ik geef de bak terug aan de klusmannen en loop naar mijn fiets. Ik wil nog waarschuwen: ‘Ik schrijf columns, hoor’, maar houd me wijselijk muisstil. Ondertussen bedenk ik dat ik me bij het schrijven echt zal moeten inhouden. Want voor je het weet heb ik wéér een winkel om zeep geholpen. Maar deze keer niet. Nee, deze winkel zal heus niet vergaan: ik heb het zojuist met man en muis gered.