Bij Koning Kwispel in Roden voelt elke hond zich thuis

RODEN

Vijf neuzen steken er door het gaas. Evenveel staarten zwaaien blij heen en weer bij hondendagopvang Koning Kwispel in Roden. ,,Ze vinden het leuk dat er visite komt’’, vertelt eigenaresse José Visscher. Ze krabbelt een hond achter het oor. ,,En ik ook’’, glimlacht ze.

José opende de deuren van haar hondendagopvang in juli 2017. Dat had nogal wat voeten in de aarde. ,,Ik had een uitlaatservice en wilde graag een dagopvang beginnen. Dat was altijd al een droom van me. Eigenlijk ben ik de uitlaatservice begonnen omdat een dagopvang niet mogelijk leek.’’

,,En hoewel ik het heerlijk vond om met verschillende honden te wandelen, zag ik ook de gevaren ervan. Honden kunnen weglopen of een conflict krijgen. Daarom liep ik maximaal met 5 honden per wandeling.’’

Het idee van een dagopvang bleef lokken, dus zocht José contact met verschillende gemeentes. Dat leverde niks op. ,,Het lijkt wel alsof het woord “hond” er voor zorgt dat alle deuren op slot gaan. Alsof er een soort paniek uitbreekt. Gemeentes zijn natuurlijk bang voor overlast en geblaf en dat snap ik best. Maar ik wilde overal wel zitten, als ik maar kon beginnen.’’

Uiteindelijk vond José na veel teleurstellingen toch een plekje in Roden, een lapje grond op het industrieterrein. Ze zette er een hutje neer voor de hondendutjes, omheinde de grond en begon met haar droom: de dagopvang.

’s Morgens haalt ze alle honden van huis op en aan het eind van de dag worden ze weer thuisgebracht. ,,Zo heeft niemand last van geparkeerde auto’s hier op straat. Ik wil niemand overlast bezorgen.’’

Maar die overlast lijkt me ook niet aan de orde. Het is heerlijk rustig. We zitten allebei op een boomstronk midden op het grasveld. Er likt iets aan mijn elleboog. Ik draai me om en twee zachte bruine ogen kijken me aan. Of ik hem even wil aaien. Tuurlijk. Dan komen ook de andere honden. Een neus onder mijn arm, twee poten op mijn bovenbenen.

José haar eigen hond kruipt bij haar op schoot. ,,Dit is Maya’’, vertelt ze. ,,Tot voor kort had ik nog een hond, Colin. Hij is overleden.’’ Terwijl ze over Colin vertelt wordt ze emotioneel. ,,Ik mis hem vreselijk. Honden zijn geweldige maatjes, maar je moet altijd weer afscheid nemen.’’

,,Ik heb maximaal acht honden op een dag, dat heb ik afgesproken met de gemeente. Nu merk je dat het vakantie is, er zijn een paar honden niet. Ik zou graag wat willen uitbreiden, vooral qua grond. Als het nu veel regent wordt het gras al snel modderig, en een extra stuk om af te kunnen zetten zou fijn zijn.’’

Ondertussen houdt José orde onder de honden. Een jonge puberhond die te opdringerig is naar een oudere hond wordt even apart gezet. In de zandbak wordt druk gegraven. ,,Dat is diep genoeg,’’ zegt ze en de hond gaat iets anders doen. ,,Ik heb alleen vaste groepjes, zo leer ik de honden goed kennen en zij elkaar ook. Dat geeft rust en duidelijkheid in de groep.’’

En dat is te merken. Het is een fijn roedeltje. De honden zijn duidelijk aan José gehecht en ook zijzelf heeft haar plek gevonden. Ik vraag haar waar ze over vijf jaar staat. ,,Nog steeds tussen de honden’’, zegt ze beslist. ,,Ik hoop dan een grotere opvang te hebben, zo’n 15 honden maximaal. Dat lijkt me een fijn aantal.’’