Column Arianne Haarsma: Sorry, Vrijbuiter

RODEN

Het is mijn fout. Het is mijn schuld dat de Vrijbuiter failliet is. Ik had beter mijn best moeten doen. Vaker op bezoek. Vaker even neuzen. Vaker moeten shoppen. Ik had niet die tuinstoelen bij de GAMMA moeten kopen, niet de wespenvanger bij een discounter. Nooit had ik die wegwerp-barbecue bij de Lidl moeten kopen en mijn dochter had never, ever die opgooi-tent moeten bestellen op internet. Dom, dom, dom. Ze zijn woedend op me, die Vrijbuiters. Straks komen ze me halen. Schoppen ze me de tent uit.

Maar ik kan het niet. Ik kan niet kamperen. Ben er niet voor in de reiswieg gelegd. Vakantie vieren deden we vroeger in 'een huisje'. Het hoogst haalbare kamperen wat we ooit deden was overleven in een gammele gehorige stacaravan, waarin ik midden in de nacht van het hoge stapelbed donderde.

Callantsoog zou voor mij nooit meer hetzelfde voelen. Wie mij ooit in de tent heeft gelokt, weet ik niet meer, maar jaren later ben ik tóch moedig gaan kamperen. We adopteerden voor 25 gulden een eenzame tent toen het lijf nog slank en soepel was en ik ondanks mijn claustrofobie nog in zo'n strakke slaapzak durfde te kruipen.

Ja, heus mensen, ik heb gekampeerd. We gingen zelfs op tent-safari naar Kenia, waar moddervette nijlpaarden 's nachts rond onze tent graasden. Machtig mooi! Maar ja, dat was vroeger. Honderd jaar geleden of zo. Nu krijg je mij met geen tentstok meer op een camping. Ik wil nooit meer een tent opzetten of koken op wiebelige gasstelletjes en me behelpen in openbaar sanitair.

Gek genoeg kampeer ik deze zomer toch. Tegen wil en dank. Want door een ingrijpende verbouwing van woonkamer en keuken, staan alle meubels inclusief radiatoren buiten te zweten in de zon. Opeens heb ik dan tóch mijn felbegeerde buitenkeuken, zonnebank en terrasverwarming! Doe ik de afwas in een teiltje en eten wij driemaal daags met een bord op schoot in de tuin. Het lijkt zowaar camping 'Krek as thuus', maar dan zonder tent van de Vrijbuiter.

Sorry. Ook nu kan ik de Vrijbuiter niet redden. Opeens sjouwt mijn man twee luxe safaristoelen de tuin in. "Hey, die hebben we ook nog! Waar hebben we die ook al weer gekocht? "Hij klapt ze uit en zegt: "Bij De Waard, hier in Roden, weet je nog? Toen gingen we naar Groet op vakantie, in een stacaravan."

Gekocht bij de Waard? Maar dat hoorde toch bij de Vrijbuiter? Ha! Alle schuld en spanning valt van me af. Ik heb weldegelijk iets gekocht bij de campinggigant. Heb ik toch ooit fors geïnvesteerd in Rodens visitekaartje. Mij kunnen ze niets meer maken. Ik ga vrijuit. Dus: laat de Vrijbuiters maar komen. Ik veeg ze vanuit mijn De Waard-stoel zo de tent uit!