‘Er was eens een jongen. Het was een heel gewone jongen’

RODERWOLDE

Toverpaard

Er was eens een jongen. Het was een heel gewone jongen. Hij leek een beetje op jou en ook op dien jongen die hier tegenover woont.”

Zo opent het boek dat er voor zorgde dat Henk van Kalken fantasy ging schrijven. “Van een jongen en een Toverpaard” werd in 1944 geschreven door Marianne Jurgens en het veranderde Henks leven.

‘Ik kreeg het van mijn ouders toen ik een kind was. Het gaat over Jan. Een hele gewone jongen.

Jan vindt in de werkplaats van zijn vader een houten schaakstuk, een paard. Het blijkt een magisch schaakstuk, dat verandert in een groot paard met vleugels, waarmee Jan allerlei avonturen beleeft,’ vertelt Henk.

Het oude boek ligt op tafel en hij strijkt er eerbiedig overheen. ‘Dit exemplaar heeft mijn vrouw gevonden nadat ik haar erover vertelde. Het was zo bijzonder om het na jaren weer te zien.’

We zitten aan de grote tafel in zijn huis in Roderwolde. Het is een kleurrijk huis, dat duidelijk de sfeer van creativiteit ademt. Terwijl Henk thee inschenkt blader ik door zijn nieuwste boek, Parallellum. Ik lees kleine stukjes en ben meteen onder de indruk. De zinnen lopen mooi, de dialogen zijn natuurlijk.

Henk schreef inmiddels 4 boeken, de Steenrode Jas, Laudanum, Alles en Niets en Parallellum.

Boeiend met een boodschap

‘Ik schrijf over de levens van gewone mensen waarin plotseling iets ongewoons gebeurt, eigenlijk net als in het boek van Marianne Jurgens, maar dan meer met een boodschap. Mijn genre is spirituele fantasy waarin ik lessen uit het boeddhisme gebruik. Ik ben niet echt een boeddhist, maar noem mezelf liever dzogchen-practitioner. Dzogchen is een stroming die er vanuit gaat dat mensen niet verlicht hoeven te worden, dat zijn we al. Dzogchen helpt om dit te ontdekken.

Met mijn boeken wil ik mensen even uit hun wereld halen met een boeiend verhaal. En als ze naast dat verhaal ook nog iets van de boodschap meekrijgen is dat helemaal mooi.

Beroemd worden en de lijsten bestormen hoeft van mij niet zo. Maar het is natuurlijk wél fijn als mijn boeken gelezen worden.’

Autobiografische Roman

Parallellum is Henks nieuwste boek. Zo’n 13 jaar geleden trapte hij af met De Steenrode Jas. ‘Dat is een autobiografische roman, die ik schreef nadat ik aan een aantal televisieprogramma’s had meegewerkt. Deze gingen over kinderen die, net als ik, in kindertehuizen waren opgegroeid. Eén van die programma’s was Vinger aan de Pols. Redacteur Geri Donkervoort vond dat ik pakkend kon vertellen en vroeg me of ik een boek wilde schrijven over die tijd. Zij bood aan de redactie van het boek te doen.

Daar moest ik even over nadenken, want hoewel ik al wel schreef, had ik nog nooit een boek geschreven. Maar het viel mee, het boek kwam er. Uiteindelijk hebben we het toen niet uitgegeven omdat we het niet eens konden worden over de precieze inhoud. Het boek bleef jaren op de plank liggen tot ik het manuscript aan een bevriende boekhandelaar liet lezen die erg enthousiast was.

Uiteindelijk is het uitgegeven.’

Beginnen bij hoofdstuk 5

Het schrijven gaat Henk goed af. ‘En het zit me niet op mijn nek. Af en toe schrijf ik een week niet, dan heb ik geen zin. En dan opeens kan ik uren achterelkaar schrijven. Het moet niet.’

Ik vraag me af hoe Henk begint aan een boek. ‘Parallellum begon bij hoofdstuk 5,’ zegt hij. ‘Ik begon te schrijven, had opeens een hoofdstuk af en dat bleek later hoofdstuk 5 te zijn. Het laat zich niet sturen, het ontstaat.

Parallellum is een tweeluik, het tweede deel is al voor een groot gedeelte af.

Hierna wil ik nog een biografische roman schrijven over iemand die een kindertehuis verleden heeft. Maar dan vanuit het oogpunt van een vrouw. Ik denk dat vrouwen anders en misschien wel opener kunnen spreken over een moeilijk verleden. Omdat het in romanvorm wordt geschreven is het volledig anoniem. ’

Columns in de Wolmer

Naast boeken schrijft Henk ook columns voor de Wolmer, de school- en dorpskrant van Roderwolde. Deze columns werden gebundeld in het boek Alles en Niets. Korte maar beschouwelijke verhalen die weinig tijd kosten om te lezen, maar die lang blijven hangen.

Dat Henk niet vaak om materiaal verlegen zit bewijst hij door tijdens ons gesprek -en we slaan nogal eens een zijpad in- een paar keer te zeggen: ‘Dat is een mooi onderwerp voor een column.’

Als we afscheid nemen en ik, een beetje meer verlicht, naar mijn auto loop merk ik dat ik erg benieuwd ben naar de nieuwe columns. Ik ga ze zeker lezen.

De boeken van Henk van Kalken zijn onder andere te verkrijgen bij Uitgeverij Eigenzinnig, maar ook bij Henk zelf: henkvkalken@gmail.com