Fiona’s column: prinses

Hoewel je het aan mijn bolle kaaskop niet direct zou zeggen, was ik in mijn vorige leven waarschijnlijkeen Egyptische prinses. Voor u uw ogen laat rollen: ik geloofde er zelf ook nooit in, maar ik heb keihard en onomstotelijk bewijs. Namelijk.

Ik vind piramides mooi, mijn handschrift lijkt op hiëroglyfen en ik heb het snel koud. En dat laatste is een ding, want nu het dan al een tijdje prachtig weer is en ik theoretisch een prinsessengewaad zou kunnen dragen , heeft men massaal de airco aan. Waar je ook naar binnen loopt, overal is het ijskoud.

Ooit, 5 jaar geleden, dacht ik dat ik ijskoud leuk zou vinden, dus boekte ik, samen met een vriendin, een Husky reis naar Lapland. Aanvankelijk was ik sceptisch, maar men verzekerde mij dat het daar een ‘hele andere kou is, echt waar!’ En een hele andere kou dan onze kou leek me prima te doen.

We twijfelden nog even over een reis van A naar B, waarbij we buiten in tenten moesten overnachten, tot ik me afvroeg waar we dan zouden moeten poepen. En poepen kan heel fijn zijn, maar niet in een kuil in de sneeuw onder het toeziend oog van gans de natie. Het werd dus een reis met tochten vanuit een vloer-verwarmde comfortabele blokhut met dito WC.

Andere kou

Lang verhaal kort: het was inderdaad een andere kou dan hier. Hier is het ’s winters fokking-koud-maar-hanteerbaar, daar was het holy-shit-in-welke-diepvries-hel-ben-ik-beland-koud. Het was min 30 en bij min 10 begint mijn bloed stroperig te worden, het bereikt dan niet meer mijn uiteinden.(Het kan, bij nader inzien, natuurlijk ook nog zijn dat ik een reptiel was in mijn vorige leven.) Hoe dan ook, mijn uiteinden en ik kwamen thuis maar daar was alles mee gezegd.

Terug naar de airco. Ik vraag mezelf echt af waarom het in de zomer in openbare gebouwen koudermoet zijn dan buiten in de winter. Ben ik de enige Egyptische prinses hier? Zijn alle airco minnendeNederlanders in hun vorige leven sneeuw-poepers uit Lapland geweest?

Rillend

Tot voor kort trapte ik er nog regelmatig in, in een zomerjurkje en op teenslippers stapte ik vrolijk van de zomerzon van mijn fiets, lette niet op de mensen die met bevriezingsverschijnselen de winkel uit kwamen, huppelde de supermarkt in, om mij onmiddellijk in een koelcel te wanen. Met de blote armen stijf om mij heen geslagen rende ik rillend door de winkel, mijzelf af en toe loslatend om met mijn koude, dode vingers iets in het winkelwagentje te gooien. Het gratis kopje koffie hielp niet, daar moest ik vrijwel meteen een wak in hakken. Wolken adem die uit mijn mond kwamen belemmerden het zicht op de kassa, mijn lippen blauw aangelopen.

Ik heb daar geen last meer van. Tegenwoordig doe ik fluitend boodschappen in ijskoude winkels. Want bij een zolderopruiming vond ik laatst de ski-overall die ik aanschafte voor de husky-vakantie in Lapland. Nooit gedacht dat hij nog eens van pas zou komen in de zomer. Hij zit standaard in mijn fietstas. En hij is te huur.