De Mare: ‘Je moet wel van dieren houden’

WESTERVELDE

Begin jaren 80 zagen Arend en Margreet Leerink-Houwing een reportage voorbij komen met daarin een zorgboerderij voor oudere mensen.

Deze oudere mensen kwijnden niet weg achter de geraniums, maar werkten actief mee op de boerderij. Zoiets willen wij ook, dachten Margreet en Arend meteen, maar het zou nog 20 jaar duren voor hun droom werkelijkheid werd. Inmiddels zijn ze al jaren de trotse eigenaren van zorgboerderij De Mare in Westervelde en huurders van Klein Soestdijk in Veenhuizen en binnenkort komt er nog een plek bij.

‘We vangen mensen op met diverse klachten,’ vertelt Margreet, ‘van PTSS tot NAH, autisme of een verstandelijke beperking. Agressieve mensen en mensen met een verslaving hebben andere hulp nodig, dat kunnen wij niet bieden.’ Er is plaats voor dertien mensen die intern wonen en momenteel is het vol.

Kilimanjaro

Het is dan ook gezellig druk op de binnenplaats, zowel met mensen als met honden. ‘Je moet wel van dieren houden,’ grinnikt Margreet, en we lopen het enorme terrein over. Er zijn varkens, koeien, paarden, ezels, honden en katten. We lopen langs de zwemvijver. ‘Hier zit water in van over de hele wereld,’ vertelt Margreet, ‘iemand heeft zelfs water van de Kilimanjaro meegenomen.’

Ze laat me het park zien wat onlangs is aangelegd. ‘Voor als iemand zich even wil terugtrekken, bijvoorbeeld.’ We lopen door stallen, tuinen en bekijken de Finse kota, een zeshoekige blokhut waar een bed in staat, ‘voor eventuele noodhulp. We hebben er nog eentje.’ Ik raak in gesprek met Wil, een 66-jarige cliënt die al 10 jaar op De Mare komt en er de afgelopen zes jaar gewoond heeft.

Koeienman

‘Het is hier zo heerlijk rustig, al is er genoeg te doen. Er staat alleen geen druk op. Ik ben vooral een koeienman, ze kennen me allemaal.’ Als we het weiland in lopen komen de Lakenvelders rustig naar Wil toe lopen, de liefde is duidelijk wederzijds. ‘Dit is Trijntje,’ zeg hij en krabbelt een koe tussen haar horens. ‘Ze zijn vriendelijk, maar je moet altijd uitkijken. Het blijven wel koeien.’ Er komt een enorme stier op ons af gewandeld, een grote ring blinkt in zijn neus.

‘Deze is erg vriendelijk,’ zeg Wil, als ik aanstalten maak me over het draad te werpen. Hij mag dan vriendelijk zijn, hij is ook vooral erg indrukwekkend. Eén van de koeien stoot me brutaal aan. Wil zeg er iets van en de koe druipt af. Ik zie een tevreden man die zijn plek gevonden heeft.

Aanpassen

Zara is de jongste bewoner, ze is 14. ‘Wat hier fijn is? Iedereen is respectvol voor elkaar, het voelt vrij aan, er is natuur en ik hou van de dieren. Thuis ging het even niet, ik gedroeg me niet zo goed en dat was niet leuk voor mijn ouders. Het was beter om even uit elkaar te gaan. Hier kan ik me meer aanpassen, omdat het niet thuis is. In de vakantie ga ik weer naar huis, daar heb ik erg veel zin in!’

Ze vertelt dat ze dol op voetballen is, ze is net begonnen bij Gomos in Norg en gaat na de vakantie volop meetrainen. ‘Het liefst wil ik weer naar huis, hoe fijn het hier ook is. Ik hoop dat ik over 2 jaar geslaagd ben, weer thuis ben bij mijn familie en vrienden en weer een normaal tienerleven heb. Wat ik wil worden? Actrice. Of voetballer.’

Een beetje spijtig ga ik weer naar huis. Ik had best iets langer willen blijven.