Buurtzorg Noordenveld: ‘Eerst buurten, dan zorgen’

RODEN

Het is nu ruim vijf jaar geleden dat in Noordenveld een thuiszorgteam van Buurtzorg werd opgericht.

Wij schreven al over de feestelijkheden waarmee dat feit gevierd werd. Samen met de cliënten, met zelfgemaakt gebak en cabaret. Buurtzorg pakt het net wat anders aan dan andere organisaties. Wie het nieuws bijhoudt, heeft landelijk oprichter Jos de Blok daar vast wel eens over gezien of gehoord. Maar hoe ziet het er in de dagelijkse praktijk uit? Op een snijdend koude middag lopen wij achter Janny Vos-Tuinstra binnen bij meneer en mevrouw De Vries. Meneer de Vries lijdt aan een agressieve vorm van reuma, waarvoor hij al heel vaak geopereerd werd. Na zo’n operatie komt Janny voor de wondverzorging en om te helpen bij de dagelijkse verzorging. Maar zodra het weer een beetje gaat doen meneer en mevrouw weer bijna alles zelf. “Het is fijn dat we op Buurtzorg kunnen terugvallen als het slechter gaat,” zeggen ze.

Vrijheid

Maar ze zijn ook gesteld op hun vrijheid. “Logisch”, zegt Janny. “Hoe fijn het ook is dat er hulp is, je hebt wel ineens elke dag iemand van buiten over de vloer.” Het is een van de redenen waarom Buurtzorg kiest voor kleine teams waarbij iedereen alle handelingen kan verrichten. Zodat er niet één iemand langskomt voor de steunkousen en een ander voor verpleegkundige handelingen. En in principe hebben meneer en mevrouw de Vries steeds met dezelfde twee, drie medewerkers te maken. “De relatie met de cliënt is de basis van onze zorg,” zal Janny later uitleggen. Maar nu gaat ze meneer helpen douchen en daar heeft de krant natuurlijk niets bij te zoeken. Op het kantoor in Nieuw Roden praten we verder. Daar is ook collega Karin Nieuwenhuis aangeschoven, die vijf jaar geleden een van de oprichters van het team Noordenveld was. Want zo gaat dat bij Buurtzorg: het landelijk kantoor in Almelo biedt ondersteuning bij de administratie en alles waar je verder voor komt te staan als je thuiszorg aanbiedt.

Zelf aan de bak

Maar de vijf oprichters van toen moesten wel zelf aan de bak om het allemaal op te starten. “We kregen een doos vol informatie en materialen,” herinnert Karin zich. “Maar we moesten wel zelf op zoek naar een kantoorruimte, en zelf een bericht naar de krant sturen.” Waarom zegde ze haar vaste dienstverband op om het avontuur met Buurtzorg aan te gaan? “De visie van Buurtzorg sprak me aan. We ondersteunen mensen zoveel mogelijk naar zelfredzaamheid. Eerst buurten, dan zorgen, zegt Jos altijd: je kijkt samen met de cliënt en diens netwerk, wat ze zelf kunnen. Zo houden ze zoveel mogelijk zelf de regie. In het begin kost dat veel tijd, maar op een gegeven moment loopt het. En omdat wij zelf de indicatie doen, weten we precies wat er speelt en zijn de lijnen naar de huisarts en het ziekenhuis kort.”

Voldoening

Het geeft voldoening, zeggen ze allebei, om het zo te doen. Je kent je mensen, en je regelt de zaken zoveel mogelijk zelf. Daarbij zijn Buurtzorgteams zelfsturend. Er is geen teamleider of manager dus ze hebben veel invloed op hun eigen werk. Vervanging bij ziekte, aanname van nieuwe collega’s en ga zo maar door: ze regelen het allemaal zelf. “We vergaderen elke twee weken en besluiten pas als iedereen het eens is.” Om dat behapbaar te houden, wordt een team nooit groter dan twaalf man. “Zo blijft het overzichtelijk. We weten wat er gaande is, en je hebt ook oog voor elkaar. Zo komt er altijd wel een oplossing als er eens iemand snel moet inspringen, ook in noodsituaties. En heeft de cliënt altijd te maken met bekende gezichten.” Edith Boeker

Auteur

ggeersing