Fiona's column: Rolgordijntjesman

Roden

Gatsie. Het is weer zo ver, Valentijnsdag. Ik vind Valentijnsdag echt enorm stom. Dat komt omdat ik één van de weinige mensen ben die nog nooit iets voor  Valentijnsdag gehad heeft. Jaloers kijk ik dus naar de uitgestalde prullaria waarmee mensen hun geliefde -al dan niet geheim- laten weten hoeveel ze van hen houden.

Geen geheime of bekende aanbidder heeft ooit de moeite genomen mijn gratie en onvergankelijke pracht te bezingen in een ballade. Nooit was ik iemands muze. Nooit stuurde iemand mij romantische kaarten, bloemen of chocola op 14 februari. Of op enige andere dag in het jaar. Dan kan twee oorzaken hebben: A: ik ben niet bijzonder aanbiddelijk. B: Ik kies niet de meest romantische mannen uit. Persoonlijk denk ik aan B. Dat komt omdat ik nu eenmaal liever iemand heb die de rolgordijntjes ophangt dan iemand die midden in de nacht een serenade onder mijn raam brengt. Rolgordijntjes ophangen vergt namelijk een MacGyver-achtige technische kennis die grenst aan nucleaire wetenschap. Kent u MacGyver nog? Hij maakte van 2 paperclips en een stukje snot een compleet ingerichte tank. Schietklaar, met CV en rolgordijntjes als het moest. En MacGyver-achtige rolgordijntjesmannen zijn maar zelden chocola-voor- Valentijnsdag-mannen. Daarnaast: maak mij midden in de nacht wakker met een serenade en mijn allesverzengende toorn zal over u en de uwen komen. Ondanks mijn praktische keus voor mannen zit er in deze dame van 50 ook nog ergens een romantisch meisje verstopt dat best wel eens een al dan niet geheime aanbidder had willen hebben. Die met bossen rode rozen in zijn armen onder mijn raam op een ukelele middels een serenade mijn serene schoonheid en lieflijkheid zou bezingen. Dit alles gesitueerd op klaarlichte dag natuurlijk, anders zou hij die rozen na afloop uit niet nader te omschrijven lichaamsopeningen moeten laten pulken. Toch heb ik ooit op Valentijnsdag een kaart gehad. Met een groot rood hart erop. Het is al jaren geleden en ik woonde nog niet eens in Drenthe. Ik kwam thuis uit mijn werk, deed de voordeur open en daar lag een kaart. De geschreven kant naar onder en het grote rode hart leek kloppend naar me op te kijken. Met een al even kloppend hart pakte ik de kaart van de deurmat om hem te bekijken. Om wat spanning op te bouwen wachtte ik even met het omdraaien van de kaart en fantaseerde ik over de afzender. Zou het die ene collega zijn? Of die leuke jongen van drie straten verderop? Of wellicht een prins uit een exotisch land? Toen ik hem omdraaide zag ik dat het zo’n gratis kaart van de Hartstichting was die je bij bioscopen en musea zo mee kon nemen. De boodschap luidde: “Buurvrouw. Zou u uw auto niet steeds voor mijn deur willen parkeren? Alvast bedankt.” Duidelijk een rolgordijntjesman. Fiona Huisman

Auteur

ggeersing