Peter Schaap: fantasy in boek, op cd en in eigen stad

RODEN

Vorig jaar presenteerde Peter Schaap tegelijkertijd een boek, ‘Vlammenzee’, en de cd ‘Zonder meer’.

Inmiddels is er alweer iets nieuws aan het ontstaan. In zijn hoofd kristalliseren zich verhalen uit zoals ijsbloemen aangroeien op een raam: het past allemaal in elkaar. “Vroeger schreef ik voor het zwarte gat uit”, zegt hij. “Op een dag zou er misschien niets meer komen. Maar inmiddels weet ik dat dat niet zo is. Als ik een boek af heb voel ik me leeg. Dan ga ik een beetje pingelen op de gitaar, of ik pak een paar stenen. En dan komt er altijd wel weer iets.” Een verhaal, bedoelt hij. Maar zijn werkkamer vulde zich ook met zelf geslagen vuistbijlen en pijlpunten, zelfgemaakte beeldjes en bovenal: iets dat eruitziet als een maquette. Een zeer goed bewaard complex van ruïnes zou je zeggen, een antiek Egyptische stad.

Citadel

“Eerder de citadel van zo’n stad,” corrigeert hij. “De gewone huizen, winkels en werkplaatsen moet je er nog omheen denken.” Behoedzaam tilt hij de glazen deksel ervan af en begint aan te wijzen. “Dit hier is het paleis van de koning, en dat is het paleis van de koningin. Vandaar loopt een directe verbinding naar de belangrijkste tempel, en daar zie je de piramide waar ze begraven zullen worden. Hier ligt de woning van de rijksbouwmeester – als je wat dichterbij komt zie je dat het van binnen rijk gedecoreerd is.” Peter leent een leesbril aan verslaggever en inderdaad, van binnen bevatten verschillende gebouwen muurschilderingen en beelden. Een en ander op een schaal waarvan je handen bij voorbaat beginnen te beven. De bewoners van deze stad kunnen hooguit twee rijstkorrels groot zijn. Hoe maak je in ’s hemelsnaam beelden op dat formaat? “Met een tandartsboor! “

Spelen

Eigenlijk, zegt hij, is hij altijd blijven spelen. “Toen ik vijftien was dacht ik, dit kan zo niet verder gaan. Op mijn achttiende dacht ik: ik kan niet stoppen. Maar dan wil ik ook een échte stad gaan maken!” Die stad is er gekomen. Maar waar komt het vandaan? “Toen ik acht jaar was zag ik op een foto het masker van Toetanchamon. Mijn eerste gedachte was: dat wil ik óók!” Vanaf dat moment verzamelde hij alles wat hij vinden kon over Egypte. “Nu waren mijn vier broers en ik al langer bezig om landen te bedenken en te veroveren. Het begon met oude ledikant waarin we om beurten sliepen. Dat was crèmekleurig, maar waar de verf losliet zag je het donkerbruin daaronder. Wij krabden daaraan zodat er vijf eilandjes ontstonden. En jouw land moest wel het grootste zijn natuurlijk.”

Koninkrijken

Op een gegeven moment verplaatsten de koninkrijken zich naar het territorium van het eigen bed en alle bruikbare oppervlakken daaromheen: “de plank erboven, de stoel ernaast, een muurkastje en de klerenkast.” In dit rijk verrezen de eerste sfinxen en piramides van karton en kurk. En ook wel wat eens wat modern wapentuig als het zo uitkwam. Hij vuurde wel eens 20 lucifer-raketten af, maar dat ging voorbij. Egypte niet. “Als ik mijn hoofd op het kussen legde, stonden al die farao’s weer om me heen.” Je hoort altijd dat een jeugd ongelukkig moet zijn, wil een schrijver eruit kunnen putten. Niet dus. “Dat zijn allemaal protestante schrijvers, die hun jeugd van zich af schrijven. Maar ik groeide katholiek op. Zo’n jeugd helpt juist om magisch te denken. Ik schrijf niet van me af, ik wil iets tóevoegen. Dat is immers wat de mens onderscheidt van het dier: wij kunnen de werkelijkheid naar onze hand zetten!” (‘Vlammenzee’ van Peter Schaap verscheen bij uitgeverij Zilverspoor.) Edith Boeker

Auteur

ggeersing