Paddenstoelen-reservaten: uniek in Nederland

VEENHUIZEN

Het tv-programma Vroege Vogels berichtte er al over: per 2017 telt Drenthe drie paddenstoelen-reservaten. Uniek voor Nederland, en één ervan ligt bij Veenhuizen.

Versierd met kerstballen en lichtjes ziet hij er zo tam en vriendelijk uit, de kerstboom. Maar als je tussen zijn grote broers in het bos bij Veenhuizen staat voel je je ineens erg klein. Het zijn fijnsparren en ze torenen hoog boven boswachter Albert Broekman van Staatsbosbeheer uit. Hoe hoog? “Zeker vijftien meter, soms wel twintig ! En ze zijn behoorlijk dicht op elkaar geplant. Zo deden ze dat hier vroeger.” In het begin van de vorige eeuw hebben de koloniearbeiders ze samen met de toenmalige bosarbeiders aangeplant. Tot soms wel vijf steken diep werd de grond omgespit waarna het productiebos werd aangeplant. Dicht op elkaar, een boom per vierkante meter. Echt een donker bos dus, met een golvend tapijt van sterretjes mos dat felgroen oplicht tussen de kale hoge stammen. Het doet wel wat denken aan de bossen van Zweden: aan trollen, heksen en Ronja Roversdochter. Maar nee, daarvoor staan de bomen toch te kaarsrecht op een rij. Wat dit bos bijzonder maakt, zijn de paddenstoelen. Het is namelijk één van de laatste plekken waar je nog paddenstoelen kunt aantreffen die elders bijna uitgestorven zijn: de kamfergordijnzwam, de blauwe satijnzwam en de forse melkzwam onder andere. En daarom geniet dit bosvak met ingang van 2017 samen met nog twee andere in de provincie speciale bescherming.

Werkgroep

Het was de Paddenstoelen Werkgroep Drenthe (PWD) die het ontdekte. Die startte vier jaar geleden in overleg met Staatsbosbeheer een onderzoek naar de z.g. mycologische waarde van de Drentse sparrenbossen. Juist de fijnsparrenbossen, die hier in de vorige eeuw massaal aangeplant zijn, blijken een laatste toevlucht voor zeldzame paddenstoelen. Hoe komt dat? “In een bos heerst een ander klimaat dan erbuiten. Dat merk je in de zomer, het is er veel koeler. Met name in zo’n fijnsparrenbos wat heel dicht is, daar heb je een microklimaat dat mooi koel en vochtig is voor paddenstoelen. Vergelijk maar eens met dat lariksbos hiernaast: die bomen hebben veel lichtere boomkronen en laten in de herfst ook nog eens hun naalden vallen. Daardoor is het in die bossen veel lichter en dus ook warmer, en minder vochtig. Hier valt niks, dus heb je veel begroeiing van mos en dat is gunstig voor paddenstoelen.”

Trots

Broekman is trots op zijn bos. De drie reservaten zijn uniek voor Nederland en haalden eerder deze maand de landelijke media. Negentien andere ‘rijke’ fijnsparrenbossen worden zodanig beheerd dat de paddenstoelen leidend zijn. Maar in de top drie wordt helemaal niet meer ingegrepen. “We gaan het wel om de drie jaar evalueren. Omdat dit een nieuw fenomeen is in Nederland, is er nog geen ervaring mee. Het bos groeit door dus misschien moeten we, ten gunste van de paddenstoelen, toch een keer ingrijpen. Maar in principe doen we niks.” Het bosvak met zijn geheimzinnige schemerduister is niet alleen een toevlucht voor zwammen. Ook reeën en eekhoorns kunnen hier tot rust komen, want bezoekers mogen niet van het pad af. Maar je kan er wel langs wandelen en fietsen. “Met de wandelroutes houden we er rekening mee dat je het wel kan zien maar niets verstoort. Mensen vinden het wel een spannend soort bos. Zeker als het bijna donker wordt, dan vinden sommigen het wel een beetje eng. “ In de donkere dagen rond Kerst wil dat wel. Maar een oerbos zoals in Scandinavië, dat is het nog lang niet. “Daar heb je veel dikkere bomen. Wel 60 tot 80 cm dik. Dat duurt hier nog wel even!” Edith Boeker

Auteur

ggeersing