Poppendokter in Norg

Norg

Als je er binnenstapt is het even of je weer kind bent: een winkel tot de nok gevuld met poppen, poppenwagens en alles wat daarbij hoort. En beren natuurlijk, en een enkel speelgoedpaard. Maar vooral poppen in alle soorten, maten en kleuren.

Door Edith Boeker Op planken en in vitrines, in manden en op de tafel met het Perzische kleedje, waar de dokter haar operaties uitvoert. Want Stinet Luth stelt niet alleen haar enorme verzameling tentoon, ze is ook en vooral poppendokter. Samen met haar 90 jarige assistente Hillie Riemsma voorziet ze poppen en beren op leeftijd van nieuwe ogen, oren of haar. ‘Géén vacht’, zegt ze beslist, ‘een oude beer hoort kaal te zijn. Maar we kunnen hem wel een nieuw pakje aantrekken.’ Of een oor aannaaien, of, niet onbelangrijk, een nieuwe stem geven. Het moet natuurlijk wel dezelfde stem zijn als die van vroeger; dezelfde ogen, hetzelfde haar. “De uitstraling moet hetzelfde blijven. Daarom maak ik altijd gedetailleerde afspraken met de mensen, en die zetten we op papier.” Zoals bij de pop die een klein meisje bij haar onderduik vergezelde, van het ene adres naar het andere. Daar kom je niet ongeschonden doorheen, maar met nieuwe ogen en tandjes kreeg ze haar gezicht terug. Zo kunnen ook kale plekken en barstjes worden weg geschilderd, ja zelfs een in 53 stukken uiteengevallen hoofdje van celluloid wordt minutieus weer aan elkaar gelijmd. “Als het maar geen polyethyleen is. Of plastic, zoals bij Babyborn poppen. Die kan je beter naar de fabriek terugsturen.” Met behulp van tweecomponenten klei vervaardigt ze desnoods een nieuw hoofd voor de koningen van de kerstgroep, en voorziet ze een rubberen paardje van een nieuw been. Een goede poppendokter is niet voor één gat te vangen. Voor een pop met een halfvergaan pruikje maakte ze een soort hair extensions van een vlecht haar die de eigenares had bewaard van haar moeder. En voor antieke poppen staat op een plankje een verzameling hoofdjes klaar, vergaard op de vele poppenbeurzen en rommelmarkten die ze bezoekt. Sommige poppen komen echt niet meer terug. Zoals die, die voor de ogen van een dertienjarige in de kachel werd gegooid: “je bent nu te groot voor poppen!” Toch is er wel kans dat je in de collectie van Luth een poppenkind terugvindt. “O, mijn Sonja!”, riep een vrouw bij één van de Wildebras poppen. Sonja was haar zestig jaar geleden afgenomen op de kade bij de boot naar Australië, waar de aspirant emigranten op het laatste moment hoorden dat de handbagage niet mee mocht. Tegenwoordig vinden we dat een harteloze manier van doen. In de praktijk in Norg krijgen poppen en knuffels van jonge kinderen altijd voorrang. Maar hebben de kinderen van nu nog net zo’n band met een pop of beer? “Poppen leven vooral bij mensen van een jaar of 50 en ouder”, constateren Hillie en Stinet. Dat zijn de mensen die poppen verzamelen, en die afkomen op de lezingen van de poppendokter. “Kinderen spelen ook minder buiten. De computer wordt steeds belangrijker voor ze.” Maar wat nooit verandert is de gehechtheid aan de knuffel. “Als ze een jaar of acht, negen zijn is die knuffel totaal versabbeld.” Maar zonder kunnen ze niet slapen. “Er zijn er wel geweest die zo stonken, dat ik opgelucht was als we er klaar mee waren”, vult Hillie Riemsma aan. “En wassen mag je ze niet. Die geur is juist zo belangrijk. “ Voor deze urgente gevallen werkt Luth soms nog tot diep in de avond door. “Pappa ik kan echt niet slapen zonder Knuffel” had dat jongetje gezegd. Toen heb ik ze ’s avonds om half 11 nog gebeld: hij is klaar! Kwam de vader hem meteen ophalen. En de volgende dag kwam hij terug met een bloemstuk.”

Auteur

Redactie