Het Schrijvershuis van Mariët Meester

Roden

Schrijfster Mariët Meester schreef in de voormalige pastorie Veenhuizen haar boek Koloniekak. Het beviel haar in haar geboorteplaats weer zo goed dat ze van de voormalige een ‘schrijvershuis’ wilde maken. Op het moment draait het project precies een jaar. (deel 1)

VEENHUIZEN – AMSTERDAM -  ,,Toen ik zelf tijdelijk in de rk-pastorie woonde om oud-inwoners van Veenhuizen te kunnen interviewen voor 'Koloniekak. Leven in een gevangenisdorp', merkte ik dat het een heel stil huis is. Je hoort er eigenlijk vooral de vogels. Televisie was er niet, en verder is er in Veenhuizen natuurlijk ook veel minder afleiding dan in de stad.” ,,Al gauw dacht ik: het zou mooi zijn als andere schrijvers zich hier ook een poosje zouden kunnen terugtrekken om aan een project te werken. Ik heb het idee toen voorgelegd aan de Rijksgebouwendienst, de eigenaar van het pand. Eind mei 2012, een week voordat ik zelf terug naar Amsterdam zou gaan, kreeg ik bericht dat het inderdaad mogelijk was. Voor juni konden we toen zo snel niemand vinden, dus we zijn op 1 juli 2012 van start gegaan.” ,,Er is nog een schrijvershuis in Nederland, het voormalige huis van Roland Holst in Bergen. Maar het is nogal duur om daar te verblijven, lang niet alle schrijvers kunnen dat betalen.” Het project ,,Officieel ben ik de huurder van de pastorie, ik heb een -schrik niet- vastgoedbeschermingsovereenkomst' afgesloten met de Rijksgebouwendienst. Mijn man Jaap de Ruig en ik doen het beheer samen. We zoeken schrijvers die een maand of twee maanden in het huis willen verblijven. Er is veel belangstelling, we zitten het hele jaar 2013 al vol.” ,,Tot nu toe betaalt de schrijver 250 euro per maand, inclusief stookkosten. Van dat bedrag gaat 150 euro naar de Rijksgebouwendienst en 100 euro gebruiken we om de kosten te dekken. Jaap en ik rijden bijvoorbeeld telkens na het vertrek van een schrijver vanuit Amsterdam naar Veenhuizen om alles te controleren en schoon te maken. Ook wassen we dan het beddengoed en doen wat reparaties. En we overhandigen de sleutel aan de nieuwe bewoner.” ,,Alle spullen die we zelf hebben aangeschaft om de pastorie bewoonbaar te maken staan er nog in. Het huis is van binnen niet gerenoveerd, dus alles is heel eenvoudig. Pasgeleden hebben we internet laten aanleggen. De laatste aankoop was een vloerkleed. Nu het schrijvershuis precies een jaar draait, moeten we concluderen dat we er zelf op toeleggen. De huur die de schrijvers betalen gaat daarom later dit jaar iets omhoog, naar 300 euro per maand. Misschien moet het uiteindelijk zelfs 350 euro worden, wat nog steeds niet veel is.” ,,We laten de betreffende schrijver een contract ondertekenen dat ook naar de contactpersoon van de Rijksgebouwendienst wordt gestuurd. De samenwerking verloopt erg prettig. Aan het hele project komt geen subsidie te pas, maar zonder de Rijksgebouwendienst zou dit niet mogelijk zijn. De stookkosten voor zo'n groot huis zijn bijvoorbeeld veel hoger dan de 150 euro die de Rijksgebouwendienst ontvangt. Laatst sprak ik de burgemeester, ik wilde hem toen enthousiast over het schrijvershuis vertellen. Maar via de Rijksgebouwendienst bleek hij allang op de hoogte te zijn!” Schrijvers werven ,,In het begin ging het vooral op uitnodiging, dan zochten we zelf mensen. Al gauw begonnen zich kandidaten te melden. Een journalist van de Telegraaf, Rob Hammink, schreef bijvoorbeeld vorig jaar een artikel over Veenhuizen en hoorde toen ook over het schrijvershuis. Hij heeft contact met ons opgenomen, en zo heeft hij in januari en februari 2013 de beschikking over het huis gekregen. Doordat hij een vaste baan heeft moest hij doordeweeks in Amsterdam zijn, maar op vrijdagmiddag reed hij meteen naar de pastorie en werkte daar dan tot zondagavond aan een boek. Helaas ging net in die periode de verwarming stuk, maar desondanks bleef hij elk weekend terugkomen.” ,,De schrijvers die tot nu toe in de pastorie hebben gewoond vertellen het weer aan anderen, zodat het balletje vanzelf verder rolt.” Redenen? ,,Ze willen graag naar het schrijvershuis omdat het tegenwoordig wel eens lijkt alsof de hele wereld erop gericht is jou van je werk te houden. Als een schrijver thuis is, komen er vrienden langs, hij/zij kijkt televisie, er zijn allerlei dagelijkse beslommeringen, problemen moeten opgelost worden. In Veenhuizen kun je je daar even helemaal van losmaken en je concentreren. Ook als je een wandeling in het bos maakt, kun je nadenken over je boek of verhaal. De meeste mensen vragen na afloop of ze nog een keer terug mogen komen.”    

Auteur

Albert-Jan Garama